Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 218
192 REDE DS T. FERWERDA
dezelfde plaats als waar Groen er zich door aangegrepen had ge-
voeld: in de binnenkamer, dat is daar, waar wij, alleen met God,
onze diepste indrukken ontvangen, en onze onvergetelijkste uren
doorleven. Want daar in de binnenkamer worden de woorden:
zonde en genade, die door veelvuldig en vaak gedachteloos gebruik
zoo dikwijls leege klanken zijn, levende werkelijkheden. Daar wordt
onze blik geboeid door de parel van groote waarde, die straalt in
den zachten glans van den eenigen troost in leven en sterven.
Daar breekt ons hart onder 't besef van onze schuld voor God,
maar daar beurt ook onze ziel zich op aan het kruis, dat ons de
prediking brengt van zijn oneindige liefde. Wij zeggen het in eenigs-
gewijzigden vorm, Groen van harte na: niet als staatslieden en
geleerden, niet als professoren en studenten, niet als wijsgeeren
en wetenschapsbeoefenaren, ja, ik voeg er uit volle overtuiging
bij: niet als theologen en predikanten, maar als zondaars wenschen
wij zalig te worden. Hier in de binnenkamer vallen alle verschillen
van rang en stand, kennis en aanleg, talent en gave weg, hier
buigt zich de grootste onder de grooten even diep in aanbidding
voor den troon van God als de armste van geest. En hier ligt dan
ook — ik wijs er in het voorbijgaan even op — de diepste kern
van het geestelijk contact tusschen Universiteit en Vereeniging,
een contact dat nooit verbroken mag worden.
Maar de binnenkamer van den christen mag een van de wereld
afgezonderd vertrek zijn, ze heeft toch ook haar hoog en ruim
venster dat uitzicht geeft naar buiten.
Het warme en door zijne teere vroomheid in meer dan één op-
zicht aantrekkelijk piëtisme heeft voor dat venster het gordijn neer-
gelaten. Het verkeert liefst in de stilte, alleen met zijn Heiland, om
daar met Maria aan zijn voeten te zitten, en van zijn lippen te
hooren de woorden des eeuwigen levens. Het schenkt aan wat daar
buiten te zien is liefst zoo weinig mogelijk aandacht, want dat
leidt de gedachten maar af van het ééne noodige, en liefst wordt
het zoo weinig mogelijk gestoord in de mystieke genieting, die er
ligt in den verborgen omgang met Jezus.
En ook het meer bewegelijke, altijd tot activiteit gereede metho-
disme laat het gordijn voor het venster liefst zoo ver mogelijk
neer. Want wel maakt het gerechtvaardigde aanspraak op onze
waardeering door den ijver van een practisch christendom, dat
niet zelden door de zelfopoffering, de toewijding die eruit spreekt,
onze jaloerschheid wekt, maar toch, het roept den zondaar naar
de binnenkamer alsof daar het een en al gevonden werd, waaraan
het hart dat God vreest, zich verzadigt.
Maar de Calvinist heeft daaraan niet genoeg. Hij heeft in de
intieme sfeer van zijn bid vers trek den strakken ernst leeren kennen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's