Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 47
EEREPROMOTIES 35
]' inbrengen, maar die toch typeert het gezag, door dit boek verworven.
' Te betreuren moge het zijn dat dit voor den dienst ambtelijk uit
gegeven werk niet voor breeder kring toegankelijk is, — in de ge
schriften Staatkundige Hervormingen in Nederlandsch Indië, 1918
en Koloniale vraagstukken van heden en morgen, 1928 verschenen,
wordt veel aangetroffen, dat als vrucht van dit diepgaand onder
zoek mag worden beschouwd.
, Blijvende vrucht werd in Indië genoten, waar Colijn's ambtelijke
bemoeiingen tot menige belangrijke hervorming den stoot hebben
gegeven. Ook de nietambtelijke bemoeiingen waren belangrijk:
j overleg tusschen Colijn en den Minister van Koloniën Idenburg
bracht onder meer de subsidieregeling van 1909, die het Christe
lijk Europeesch onderwijs in Indië zoo sterken opbloei schonk, dat
de drie christelijke scholen, welke vóór 1909 bestonden, dermate
s in getal vermeerderden, dat thans de organisatie van Christelijke
onderwijzers ongeveer 600 leden telt.
1' Na zijn terugkeer in Nederland scheen weer de meer specifieke
militaire taak op Colijn beslag te leggen. Het lidmaatschap van de
j Tweede Kamer der StatenGeneraal duurde niet veel langer dan
i| een jaar; 4 Januari 1911 werd hij als Minister van Oorlog en
eenigen tijd daarna als Minister van Marine ad interim geroepen.
Het pleit voor zijn economischen zin dat de eerste daad van den
I nieuwen bewindsman was het zenden eener circulaire, waarin alle
' officieren, hooge en lage; werden aangemaand te zinnen op plannen
van bezuiniging. Nog sterker pleiten daarvoor de door hem tot
(' stand gebrachte hervormingen in grooten stijl als Kustverdediging,
Militiewet en Legerorganisatie, die Nederland eene mate van weer
baarheid verzekerden, welke de eerbiediging onzer neutraliteit in
de dagen van den gruwelijken wereldoorlog ongetwijfeld bevor
derde. De mobilisatie moge door het vernuft van den Generalen
1
Staf geheel zijn uitgewerkt, toch is indirect haar vlotte verloop in
1914 terug te voeren tot Colijn's legerorganisatie, die brak met het
vroegere dualisme tusschen vredes en oorlogsorganisatie en als
nieuw beginsel stelde, dat in vredestijd in kern alle eenheden
aanwezig dienen te zijn, die dan in oorlogstijd tot volle sterkte
kunnen worden opgevoerd. Daardoor werd het mogelijk aanstonds
na opkomst van de militie alle eenheden in oorlogsverband te
vormen.
Dit is de leidende trek in Colijn's militaire werk: toenadering
tusschen volk en leger is voor een goede landsverdediging van
primordiaal belang. Diep toonde hij te voelen het nauw verband
tusschen economische en militaire weerbaarheid. Die oude waar
heid, door T h u c y d i d e s reeds verkondigd, raakt bij niet weini
gen in discrediet. Als summum van economiche wijsheid wordt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's