Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 29
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
Was het wonder, dat men naar een oplossing ging zoeken? Voor
het lager onderwijs had men naast de godsdienstloze staatsschool bij-
zondere scholen gesticht. Zou iets dergelijks voor het hoger onderwijs
ook niet nodig en nuttig zijn?
Hier zijn we genaderd tot een moeilijk punt in de voorgeschiedenis
der Vrije Universiteit. Want de strijd tegen de geest der eeuw zag de
gelovige Nederlander allereerst als een zaak van theologie. O p de kansel
bleek immers het duidelijkst, hoe ver het hoger onderwijs was afgeweken
van de belijdenis en hoe men de zekerheid niet meer zocht in de van
God gegeven openbaring, maar in de menselijke rede. Kon de ortho-
doxie weer vat krijgen op de theologische opleiding, dan zou straks op
de kansels de belijdenis der vaderen weer een eerlijke kans krijgen en
dan zou het volksdeel, dat naar de kerk ging om Gods Woord en niet
de menselijke wijsheid te beluisteren, mogelijkheid hebben voor z'n
geestelijke honger brood voor stenen te ontvangen. Vooral vóór i860,
in de boven geschetste periode, toen ondanks alle aandrang geen schrift-
gelovig doctor, hoe bekwaam ook, kans had op een professoraat, was
de enige oplossing: Een eigen theologische opleiding. Terloops zij hier
vermeld, dat in de volgende periode enige kentering waarneembaar is
en de heersende colleges — zij het schoorvoetend — een enkele maal
minder exclusief waren: in 1863 werd Van Oosterzee in Utrecht be-
noemd, in 1872 Chantepie de la Saussaye in Groningen en tenslotte
de oude Beets in 1875 toch ook nog aan de Utrechtse universiteit, die
hem — toen hij nog in de kracht van zijn jaren was — gepasseerd had.
Maar we zouden spreken over de periode vóór i860, toen de ortho-
doxie haast geen enkele kans had in het universitair koor een bescheiden
geluid te laten horen. Een moeilijke periode, want de orthodoxie vormde
immers geen eenheid. Wie de kerkelijke strijd in ons land in de negen-
tiende eeuw ook maar enigszins kent en begrip heeft van de kerkelijke
hartstochten, toen doorgaans heel wat feller dan nu, vraagt zich ver-
baasd af: Hoe heeft men ooit hoop gehad een instituut te kunnen
scheppen, dat niet van één bepaald kerkgenootschap zou zijn, maar
dat zou moeten verenigen, wat kerkelijk zo dikwijls fel tegenover elkaar
stond? Dat men het toch waagde en zelfs tegen de verwachtingen in
slaagde, bewijst, hoezeer men de nood heeft gevoeld en hoe bij alle
kerkelijke gescheidenheid de enigheid des geloofs heeft bestaan. Zo
gezien is het geen ,,dierbare" uitdrukking, als we de Vrije Universiteit
een geloofsstuk noemen.
Hier loopt de historicus gevaar niet begrepen te worden: hij heeft
tot taak de geschiedenis na te vorsen. Die geschiedenis houdt zich bezig
25
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's