Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 92

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 92

Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

weinig spectaculairs. Maar het wel en wee van de V.U. zou toch

voor een niet gering deel afhangen van deze routine-arbeid.

Ons verhaal zou grenzeloos dor worden, wilden we hier naar vol-

ledigheid streven. Maar enkele belangrijke gesten van die eerste ver-

enigingsjaren mogen hier toch niet onvermeld blijven.

We wijzen dan allereerst op een zaak, die reeds op de algemene

vergadering van 1881 aan de orde werd gesteld: een hospitium voor

de studenten. We zagen reeds, dat ook de geusche universiteyt zo'n

hospitium gekend had. Ook nu oordeelde men, dat er mogelijkheid

tot studie moest zijn voor jonge mannen, die een vrij kostbaar op

kamers wonen niet konden betalen. Samenwoning aan de universiteit

zou het verblijf te Amsterdam vruchtbaarder, gezelliger en goed-

koper maken. Dit hospitium — nog altijd door de studenten het spie

genoemd — kwam dan ook spoedig tot stand en heeft zich, ondanks

vele moeilijkheden, tot nu toe niet slechts gehandhaafd, maar het is

ook zeer belangrijk uitgebreid. De stichting van het hospitium be-

tekende nieuwe financiële lasten. De eerste gift er voor werd ge-

schonken door de heer P. van Oordt te Rotterdam, één der stichters

van de V.U. Toen het hospitium geopend werd, was hij reeds over-

leden.

Voor wie bedenkt dat de V.U. thans nog slechts kort een medische

faculteit heeft, is het hoogst merkwaardig reeds op het agendum van

de jaarvergadering van 1883 te lezen: De voorziening in de behoefte

aan Artsen, die niet vijandig tegen de belijdenis van den Christus naar

de Schriften over staan.

Te bedenken, dat die vraag reeds in 1883 zo klemde, en dat meer

dan twee derden van een eeuw zouden moeten verlopen, eer de medische

opleiding aan de V.U. mogelijk werd! Het werd in 1883 wel heel voor-

zichtig geformuleerd: niet vijandig. De arts is dikwijls één der ver-

trouwensmannen van het gezin. Hij is vaak de raadgever. Hij staat aan

de sterfbedden. Moest er nu geen mogelijkheid komen om jonge

Christenen tot dit prachtige vertrouwens-beroep op te leiden? Zeker,

de rijksuniversiteiten hebben voortreffelijke Christen-artsen aan ons

volk gegeven en doen dat gelukkig nog. M a a r wie kan bevroeden, van

hoevele studenten in de medicijnen het geloof geschaad is, als van de

katheders platweg het materialisme werd gedoceerd? Als we dankbaar

erkennen, dat de Christen-artsen, opgeleid aan de openbare universi-

teiten, in hun patiënten schepselen en beelddragers Gods zien, dan

danken ze dit niet dan bij uitzondering aan hun opleiding. En juist

omdat die wetenschap in tijden van ziekte en dood moreel zo enorm

88

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 92

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's