Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 203
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
staf zag er een soort dwangmaatregel in en vergat opzettelijk te schuiven.
Hier aan het P. I. gebeurt dat niet. Tja, dat is het geheim: in de ene
werkgemeenschap schuift men met plezier, in de andere blijkbaar n i e t . . .
Iets over-georganiseerds, iets ijzigs? Dan kent u de patriarchale glimlach
niet, waarmee Professor Waterink een oud-student verwelkomt; noch
de moeite die hij heeft, om in het gesprek u tegen je te zeggen.
— Twintig minuten, heb ik aan uw secretaresse beloofd. Professor;
mag ik meteen beginnen?
Een brede armzwaai.
— Geen haast. Er is een tentamen uitgevallen en nu praten we
's rustig.
Dat rustige gesprek wordt te uitvoerig om het hier in den brede te
verslaan en we beperken ons daarom tot enkele belangrijke punten.
— Als ik mij niet vergis. Professor, ben ik uw naam in de annalen
van de V.U. voor het eerst tegengekomen in 1917?
— Dat klopt; op de jaarvergadering te Zutphen.
Daar is dat geheugen weer, dat ons als studenten zo in verbazing
bracht: iemand, die zoveel mensen ontmoet, en zich dan na jaren nog
zonder moeite je naam herinnert.
— En u werd hoogleraar in 1926. Wat frappeert u nu het meest, als
u de toestand van toen met die van nu vergelijkt?
Bedachtzaam wordt aan de sigaar getrokken en even is het heel
stil. Dan een brede glimlach.
— Ik v i n d . . . let u wel: ik vind, dus het is zuiver een persoonlijke
indruk — dat bij de geweldige uitbreiding de . . . laat ik zeggen:
intimiteit zoveel groter geworden is.
Ons gezicht is blijkbaar een groot vraagteken, want achter de brille-
glazen twinkelen de ogen vermaakt.
— Tja, denkt u eens in: ik heb in die jaren het aantal docenten
vier maal zo groot zien worden en het aantal studenten bijna zes maal
zo groot. Dan zou je zeggen: dat wordt een bedrijf, dat worden num-
mers. Maar wij als professoren kennen tegenwoordig elkaar naar mijn
mening beter dan vroeger. Vroeger was er — ja, een soort deftigheid;
de mens van tegenwoordig leeft vlotter, breekt het ijs makkelijker. Ik
kan mij van die eerste jaren niet herinneren, dat we elkaar bij de
voornaam noemden. Wel, dat doe je tegenwoordig nog niet met iedere
collega; maar toch veel meer dan voorheen. Ik n o e m . . .
Wel, het ware onbescheiden deze zin te voltooien.
— U zei: het aantal docenten is in die dertig jaar vier maal zo groot
geworden. Hoe groot is het dan nu precies?
197
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's