Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 152

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 152

Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

had? En was ze desondanks niet tot stand gekomen en in stand ge-

bleven? Kan ooit het geloof te veel verwachten?

Op de jaarvergadering van 1922 vatte Colijn de koe bij de horens.

Het jaar 1930 scheen nog wel ver af, maar voor de inrichting van

een nieuwe faculteit zouden jaren van voorbereiding nodig zijn. Colijn

rekende uit, wat een nieuwe faculteit zou kosten en noemde daarbij

getallen, die eenvoudig beangstigend waren. En nuchter constateerde

hij: de uitweg gelijkstelling van de V.U. met de openbare universi-

teiten is geblokkeerd, want die uitweg zou niet in het belang van ons

vrij hoger onderwijs zijn. En op geheel dezelfde gronden zou ik willen

afwijzen een subsidieregeling die zoover ging, dat bv. y^ p.Ct. of

80 p.Ct. der kosten voor rekening van den Staat zouden komen.

Voor de medische faculteit betekende deze redenering — die de

V.U. in een later tijdperk niet zou handhaven — dat zij, met haar

zeer kostbare laboratoria, instrumentaria, ziekenhuizen en haar veel-

heid van docenten, vooralsnog onmogelijk zou zijn.

Maar zelfs aan Colijn gaf men zich niet zo gauw gewonnen, als deze

redenering betekende, dat men van de zo vurig begeerde medische

faculteit afstand zou moeten doen, al was het dan maar voorlopig. De

andere mogelijkheid: een faculteit voor wis- en natuurkunde als de

vierde — scheen aanvankelijk slechts geringe sympathie te hebben.

Stonden wis- en natuurkunde niet maar heel, heel zijdelings in verband

met de levensbeschouwing? Christen-artsen, ja, de noodzaak van hun

opleiding was zonder meer duidelijk. Maar de bijbel en reageerbuisjes,

formules en Gereformeerde beginselen — wat hadden die met elkaar

van doen? Natuurlijk, Kuyper had élke duimbreed voor zijn Souverein

opgeëist, maar hier kwam de kwestie van de prioriteit aan de orde.

En dan was het belang van Christen-artsen toch veel duidelijker dan

van Christen-mathematici. Colijn had met zijn toespraak in Leeuwar-

den de knuppel in het hoenderhok gegooid en men krijgt van de tijd

daarna sterk de indruk, dat in de Vereniging het hart sterker sprak

dan het hoofd. Niet minder dan drie zeer brede vergaderingen — van

directeuren, curatoren en professoren — werden aan dit vraagstuk

gewijd. Het resultaat was: eerst de medische faculteit, dan pas die

der wis- en natuurkunde. Hoe dat, bij gebrek aan mensen en geld,

dan vóór 1930 mogelijk zou zijn? De regering moest dan maar water

in de wijn doen en de termijn verlengen.

Een wankele redenering!

De zaak sleepte, maar in 1925 won de mening gaandeweg veld, dat

het realisme van Colijn het zou winnen. De hoogleraren der kleine

148

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 152

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's