Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 77
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
ging samenhangt: als de organisatie van de school meer middelen gaat
vragen, zal de Vereniging die bijeen moeten brengen en zich daarom
steeds beter moeten gaan organiseren. Een strikte scheiding van Ver-
eniging en school is daarom niet mogelijk.
Ook het plan van de opbouw der school is in hoofdzaak van de hand
van Rutgers.
Voor het bestuur kwam er een directorium, de vergadering die de
hoogste leiding (directie) van Vereniging en universiteit zou uitmaken
en vooral de stoffelijke belangen der universiteit zou behartigen. Aan-
vankelijk telde het directorium vijf leden; later zou dit aantal, bij de
groei der werkzaamheden, uitgebreid worden tot zeven.
Het tweede hoge college was het curatorium, dat belast werd met de
eigenlijke zorg (cura) voor de universiteit, de behartiging der weten-
schappelijke belangen vooral. Het telde van het begin aan vijf leden
en dit aantal werd, ook bij de grote groei der universiteit, niet uit-
gebreid.
Het eerste directorium, zoals dit in de plechtige openingssamenkomst
van 1880 werd afgekondigd, was als volgt samengesteld:
W. Hovy te Amsterdam, voorzitter.
S. J. Seefat te Amsterdam, secretaris.
J. J. Glinderman te Amsterdam, penningmeester.
I. Esser te 's-Gravenhage.
G. H. L. Baron Van Boetzelaer te De Bildt.
Het moderamen was dus — en dat bespoedigde uiteraard vele beslis-
singen — in Amsterdam gevestigd. Daar zou de universiteit dan ook
voorlopig komen en niet in het meer centraal gelegen Utrecht. Kuyper
had aan die stad minder prettige herinneringen en dat werd mede
oorzaak, dat hij directeuren in September 1879 adviseerde Amsterdam
te kiezen. Ook van vestiging in Leiden, waarvan sprake was geweest,
werd afgezien. Herinneren we ons Wormsers en Brummelkamps poging,
dan achten we Amsterdam ook meer in de historische lijn te liggen.
M a a r nog vele jaren zou aan de naam Vrije Universiteit toegevoegd
worden: voorloopig gevestigd te Amsterdam.
Utrecht was sterker vertegenwoordigd in het curatorium, dat ge-
vormd werd door vijf academisch gevormde mannen:
Ds J. W. Felix te Utrecht, voorzitter.
M r J. W. van Beeck Calkoen te Utrecht, secretaris.
Dr A. H. de Hartog te Rotterdam.
Jhr M r A. F. de Savornin Lohman te 's-Hertogenbosch.
M r L. W. C. Keuchenius te 's-Gravenhage.
73
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's