Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 214
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
•— Ja. Van de duizenden studenten, die de Nederlandse universiteiten
en hogescholen bevolken, kunnen er velen hun boeken niet kopen. Voor
de buitenstaander lijkt er iets inconsequents in het bibliotheekbeheer
te schuilen: We schaffen immers soms tijdschriften aan, die slechts
door zeer weinigen worden gelezen; dat is het onmisbare materiaal voor
de voorhoede. Daarnaast koopt diezelfde bibliotheek wel eens meer dan
één exemplaar van een algemeen gebruikt, dus voortdurend uitgeleend
handboek om de studenten uit de nood te helpen.
— Nog één vraag: Hoe is het met het handschriftenbezit?
— We hebben geen zeer oude handschriften. Wel belangrijke ge-
schreven stukken uit de negentiende eeuw, bv. in de Doleantie-verzame-
ling en bij de collectie van-ongeveer twaalfhonderd brieven en brief-
kaarten uit de nagelaten papieren van J. A. Wormser. Voorts drie
manuscripten van Dr A. Kuyper, o.a. de eerste Stone-lezing. En dan
is de kostbare collectie van het Bilder dij k-museum in de. Vrij e Univer-
siteit gehuisvest.
Als ik de kamer van het Bilderdijk-museum, waar de heer Höweler
mij ontvangen heeft, verlaat, wacht hem alweer nieuw bezoek.
En als ik daarna nog even op de bibliotheek kom, vind ik er dezelfde
sfeer van stage arbeid; bij de administrateur Smid, bij zijn assistente
mejuffrouw A. M. F. Visser en bij de jonge mannen, die in de maga-
zijnen bergen werk verzetten.
En even moet ik denken aan de laconieke mededeling in één der eerste
jaarverslagen, dat er voor de bibliotheek een kamer gevonden is, al zal
die voorlopig ook nog voor andere doeleinden dienen...
WE VOERDEN EEN GESPREK MET . . .
5 DE ADMINISTRATEUR B. FABER
De kleine grijze auto.staat geparkeerd aan de waterkant. Dan is de
heer Faber op zijn bureau. En als hij op z'n bureau is, en je komt om
iets van de V.U. te bespreken, dan heeft hij tijd om je te ontvangen
ook. Dat was al twintig jaar geleden zo, als je over een aangelegenheid
als college-geld betalen moest spreken, dan was de heer Faber te spre-
ken, ook voor de eerste-jaars student. En dan liep het gesprek wel eens
anders, dan je verwachtte. Want voor de heer Faber zijn zulke zake-
lijke dingen onderdelen van de ene, grote V.U.-gedachte. Hij verwaar-
loost het kleine niet, maar ziet wel altijd het verband met het grote:
ónze universiteit. Daarvoor reist hij als het moet stad en land af, daar-
voor vergadert hij ad infinitum, daarover piekert hij, daarvoor tracht
208
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's