Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 41
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
jaar, meende Brummelkamp. Mevrouw Zeelt, zonder kind of aanver-
want, zou die kunnen geven. M a a r hoe lang? Ze was niet zo jong
m e e r . . . Als ze eens een kapitaal van twintig mille fourneerde, zou
dat tegen een rente van vijf procent 's jaars ook na haar dood nog de
gewenste basis van duizend gulden per jaar garanderen.
Een wat al te koele berekening in dit alles? Toch niet; eerder echt
Calvinistische nuchterheid. Want als Brummelkamp na deze bereke-
ningen gewaagt van zijn voornemen mevrouw Zeelt te bezoeken,
schrijft hij: . . . na den Heer gebeden te hebben, dat Hij haar mocht
doen weigeren, indien de toestemming. . . niet nuttig mocht zijn.
Ook in het leggen van de financiële basis is er een merkwaardige
overeenstemming tussen de geusche universiteyt van 1578, deze plan-
nen van 1850 en tenslotte de Vrije Universiteit enkele decennia later.
Maar de overeenkomst gaat verder: Na overtuigd te zijn van de
noodzakelijkheid van een Christelijk-wetenschappelijke opleiding, ant-
woordde mevrouw Zeelt eenvoudig met een dat zal ik dan maar doen,
zoals later de mannen en de vrouwen voor de Vrije Universiteit zou-
den zeggen: dat zullen we dan maar doen.
Dat Wormser achter de plannen van Brummelkamp stond, zal
mevrouw Zeelt de beslissing gemakkelijker hebben gemaakt; bij zijn
schorsing in 1840 had zij zijn partij gekozen en sindsdien behoorde zij
ook tot de afgekeerden. Toen het plan haar eenmaal in z'n greep had,
ging ze spontaan verder. Er moest huisvesting voor de school zijn en
ook daar wilde deze vrouw voor zorgen, zoals vele jaren later haar
geestelijke dochters zorgen zouden voor de huisvesting van de zich
uitbreidende wis- en natuurkundige faculteit der Vrije Universiteit.
In Juni van datzelfde jaar vernam ze, dat in Amsterdam de zo-
genaamde Franse Schouwburg aan het Singel in veiling zou komen
en toen dat gebouw als opleidingsschool niet ongeschikt leek, gaf ze
opdracht te bieden tot de limiet van ƒ 25.000. Toen de koop niet
doorging verklaarde ze zich bereid een ander gebouw te bekostigen.
Nog in December van dat jaar slaagde men er in een geschikt pand
aan de Oudezijds Voorburgwal bij de Stoofsteeg voor de school te
kopen. De koop had plaats op naam van een stichting, genaamd het
Christelijk Gereformeerde Seminarium, gevestigd te Amsterdam, ge-
vormd door zes mensen, waarvan mevrouw Zeelt, dominé Brummel-
kamp en Wormser ons uit het voorgaande bekend zijn.
In 1851 was men dus mooi op weg: er was een gebouw, er was een
financiële basis, er was een grondslag: de drie belijdenisgeschriften
van de Gereformeerde Kerk. Nu nog de wetenschappelijke staf en het
37
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's