Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 146
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
En dan die simpele, nuchtere woorden van Colijn in 1925: het zijn
onze eigen jongens; kinderen uit onze gezinnen, die aan de Univer-
siteit meebrengen wat wij hen hebben bijgebracht.
Daar zijn ze in beide kampen stil van geworden. En ze hebben
verder geluisterd: Als wij zóó van beide kanten dit onderwerp benade-
ren, dan is er waarlijk voor ontmoediging geen reden. Dan blijft de
band van warme familie gene genheid ongerept, ook al wonen we niet
meer zoo dicht bijeen als voorheen.
Niet meer meer zo dicht bijeen als voorheen . . . dat is een nuchtere,
buitengewoon scherpe diagnose. Het gemoedelijke gaat in deze periode
onherroepelijk verdwijnen. Het kwam er nu maar op aan, of ondanks
dat de V.U.-gedachte bewaard kon blijven: vrij van kerk en staat,
gebonden aan de Gereformeerde beginselen. Die beginselen moesten
beleden worden én door de academische gemeenschap én door het
Gereformeerde volk.
Dat laatste had geen beter pleitbezorger kunnen vinden dan de
directeur Colijn. In de academische kring heeft hij gepleit voor dat
volk, dat hij kende als geen ander.
Laat de Universiteit in sommige opzichten wat meer rekening hou-
den met de in den grond toch zoo ontroerend schitterende eigen-
schappen van ons eenvoudige volk.
Wat schuilt er een wijsheid in zo'n zin, in die zachte restrictie in
den grond. En welk beeldend vermogen toont zijn taal, als hij in be-
wogenheid opkomt voor dat groepje eenvoudigen, dat met zijn krom-
gezwoegden rug een deel van ons Hooger Onderwijs schraagt, als hij
nuchter poneert, dat de V.U. het hebben moet van het eenvoudige
Gereformeerde volk, van de kwartjes- en dubbeltjesmenschen dus.
Zie, daar was voor die eenvoudigen geen woord Frans bij.
We noemden nog een andere zaak, die ernstige beroering wekte:
het conflict-Geelkerken. Niet minder dan drie professoren en één lector
der V.U. kwamen daardoor buiten de Gereformeerde kerken te staan.
Maar dat — Colijn wees er uitdrukkelijk op — was het erge niet.
Immers, van docenten aan de V.U. in de niet-theologische faculteiten
werd dit lidmaatschap niet gevergd. M a a r de Asser synode had ge-
oordeeld, dat Geelkerken — gepromoveerd aan de V.U. — en de
zijnen het gezag van de bijbel in het geding hadden gebracht en
terecht rees nu de vraag: maar komen de vier bedoelde docenten
dan niet in botsing met artikel 2 der statuten, dat alle onderwijs
gesteld wil zien op de grondslag der Gereformeerde beginselen? Hoe
142
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's