Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 205
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
derheid is heer of dame genoeg, om te begrijpen, dat het hun niet
gegeven is, in het studentenleven de toon aan te geven. Ze blijven er
zelfs buiten. Begrijpt u me goed: Ik wil niet zeggen dat het corps nu
een verzameling van brave broedertjes is. U weet zelf wel beter. Maar
voor mij is dit frappant: van 1911 af heb ik het corpsleven — in 1911
was ik zelf nog student in Kampen en woonde toen V.U.-feesten bij
— aan de Vrije Universiteit vrij nauwkeurig gevolgd. En dan kan ik
u dit wel zeggen: het karakter van het gezelligheidsleven is in die jaren
in ieder geval niet minder geworden. En misschien mag ik, wat de
buitenkerkelijken betreft, hieraan nog toevoegen: het is opvallend, dat
het herhaaldelijk is voorgekomen, dat studenten, die als zogenaamd
buitenkerkelijk aankwamen, onder invloed van de studie aan de V.U.
de weg naar Christus vonden.
— Nog één vraag, Professor, op geheel ander gebied. Ik heb die
al vaak horen stellen: Hoe komt het toch, dat allerlei speciale takken
van wetenschap aan de V.U. niet gedoceerd worden? Dat is toch niet
alleen een kwestie van geld. Waarom hebben we aan de V.U. zo
weinig specialisten, zo weinig privaatdocenten ook?
— Als ik het zo eens mag uitdrukken: ons Gereformeerd achter-
land is te klein. Laten we het schatten op een millioen mensen hier in
Nederland. Vergelijkt u dat nu eens met de rijksuniversiteiten; daar
is het eigenlijk tien millioen. Wie zich wijden wil aan, laat ons zeggen
de kennis van middeleeuwse handschriften, vindt aan de V.U. moei-
lijk emplooi. Hoeveel studenten zal hij krijgen? Wij hebben werk ge-
noeg om te zorgen voor voldoende predikanten, juristen, leraren, artsen.
Onze groep is te klein voor een groot specialistendom. Wie zich spe-
cialiseert, heeft plaatsingsmogelijkheid aan drie rijksuniversiteiten en
aan de stedelijke hier in Amsterdam; maar wat zou hij aan de V.U.
moeten?
Als we de werkkamer van de rector magnificus verlaten, wijst de
portier al weer de weg aan een studente, die tentamen komt doen.
En we weten zeker: als ze straks vertrekt, is er niet alleen over hand-
boeken en college-dictaten gevraagd. Dat ook, natuurlijk. Maar ook
naar het vorderen van haar studie, naar haar plannen, naar haar
ouderlijk huis.
Want aan het P.I. ia de studente of student geen nummer, maar een
levende persoonlijkheid.
199
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's