Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 36
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
De universitaire benoemingen in de eerste helft van de negentiende
eeuw bewezen, dat men de oude belijdenis geen plaats meer gunde.
Op hoog niveau zou de strijd tegen de geest der eeuw moeten worden
aangebonden. Daarvoor waren alle krachten nodig. Het ging om een
groot beginsel.
Maar grote beginselen worden niet zelden gedragen door kleine'
mensen.
4 DE WEG DER MISLUKKINGEN
Afgescheidenen en Hervormden zaten met dezelfde moeilijkheid: Zou
de oude belijdenis onder het volk weer krachtig beleefd worden, dan
moest dat volk mannen op de kansel horen, die deze belijdenis kenden
en liefhadden; omdat de universiteiten de vorming van zulke predikan-
ten eerder tegenwerkten dan bevorderden, moest men noodgedwongen
tot een bijzondere opleiding zien te komen. We zagen reeds, hoe na het
passeren van Da Costa mannen als Groen, Elout en Da Costa-zelf over
de noodzakelijkheid van zo'n eigen inrichting van gedachten wisselden.
Bij de Afgescheidenen bestonden reeds vier van zulke bijzondere op-
leidingsscholen. Maar vooral in de ogen der academisch gevormden
waren deze scholen zo gebrekkig, dat men ze niet kon zien als kweek-
plaatsen van mensen, die zich wetenschappelijk zouden kunnen meten
met de academici van Groningen, Utrecht of Leiden. De dominé's,
die naast hun drukke arbeid in de gemeenten wat uren moesten vrij-
maken voor een soort eenmans-opleiding, waren wel van goeden wille,
maar konden zich noch in wetenschappelijke kennis, noch in boeken-
bezit, noch in beschikbare vrije tijd meten met de hoogleraren, die zij
wilden bestrijden. Men spreke daar vooral niet smalend over. Deze
mensen hebben naar hun gaven en krachten gedaan, wat hun plicht
was. Er zit een beschamend stuk geloof in die vier een- en tweemans-
schooltjes. Juist, omdat de docenten-zelf hun beperktheid gezien hebben.
De beste school was die van Arnhem, geleid door Brummelkamp. En
Brummelkamp was de eerste om de door hem geleide school als beslist
onvoldoende te qualificeren. Het grote gebrek bij de Afgescheidenen
was, dat zij een wetenschappelijk kader misten. De groep was te klein,
om voor de naaste toekomst zo'n kader te vormen. De scherpe Wormser,
die zelf academische vorming gemist had en dat gemis sterk voelde,
zag maar één oplossing: men moest tegen het wassend ongeloof van de
universiteiten alle krachten der orthodoxie verenigen. Wilde men daarbij
uitgaan van de bestaande schooltjes der Afgescheidenen, goed. M a a r
32
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's