Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 24
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
incidenteel, maar het rationalisme heeft stelselmatig de waarachtige
Christelijke wetenschapsbeoefening onmogelijk gemaakt.
Voetius is voor het een noch het ander blind geweest. De Calvinisten,
enigermate met Puriteinse geest bezield, hebben zich danig geërgerd
aan het losse leven, dat allengs de universitaire levensstijl werd. Maar
daarbij kon er nog begrip zijn voor het eigenaardige karakter van die
ontwikkelingsperiode in het menselijk leven, die in de volkspsychologie
wordt aangeduid als die der wilde haren. Veel ernstiger moest evenwel
de geest van het rationalisme, dat aan de universiteiten oppermachtig
werd, worden beoordeeld. Hier gold geen excuus van leeftijd. Het waren
immers de professoren, die hier voorgingen en de studenten van de
juiste weg afbrachten. Al te vaak wordt de felle bestrijding, die rationa-
listen van Calvinistische zijde hadden te verduren, gezien als kleine, be-
krompen heerszuchtigheid. Het zijn de predikanten, die — afkerig van
wetenschappelijke ruimheid — kleinzielig grote geesten als Descartes en
Spinoza het leven hebben zuur gemaakt. Nu is het niet de taak der
historie die kleinzieligheid te ontkennen. Het zou overigens een vrij
hopeloze opgave zijn. M a a r het is wel de taak der historie hier ook die
kleinzielige predikanten recht te doen: Het is een kleinzieligheid, die
niet altijd voortkomt uit heerszucht, maar vaak ook uit trouw en liefde
voor de kudde, die zij verleid zien. Ze stonden tegenover knappe koppen,
tegenover mannen van wetenschappelijke naam. Die kwamen met ver-
bijsterende ontdekkingen, vooral op het gebied van de natuurweten-
schappen. Alles, wat vroeger onaantastbaar had geleken, scheen te
wankelen. De universitaire jeugd werd — hoe kon het anders? — door
het nieuwe aangetrokken. Men dacht er nog niet aan Gods bestaan
en Zijn werken te ontkennen. M a a r al dat oude kwam onherroepelijk
op het tweede plan, de belangstelling er voor verflauwde. De saeculari-
satie der wetenschappen zette door.
Wat de methode betreft: men zwoer bij de wet van oorzaak en gevolg.
Waar bleef ruimte voor het werken van God? Zeker, God bestond,
moest bestaan, volgens diezelfde wet van oorzaak en gevolg, als eerste
oorzaak aller dingen. Maar Hij stond buiten de schepping, waarin Hij
de ijzeren wet van oorzaak en gevolg had gelegd. Alles in die schepping
verliep volgens deze onverbiddelijk-logische wet. God stond daarbuiten,
daarboven zei men vroom. God werd gedegradeerd tot Opperwezen.
Voor de wetenschap zou dit alles in de loop der jaren enorme gevolgen
hebben. Het is hier niet de plaats dit langdurige proces te volgen; slechts
de resultaten dezer verandering moeten we hier kort samenvatten.
Voor de theologie is dat resultaat zonder meer duidelijk: de mense-
20
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's