Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 124
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
De vergroting van het aantal studenten stelde ook eisen aan de be-
huizing. Toen directeuren tegen matige prijs het belendende perceel
Keizersgracht 164 konden aankopen (tegenwoordig de ingang van het
Bilderdijk-museum; het eerst gekochte perceel 162 bleef altijd ingang
van de eigenlijke universiteit en het later gekochte perceel 166 werd
hoofdzakelijk kantoor der Vereniging), aarzelden zij niet.
In deze jaren zien we de eis van de effectus civilis klemmend worden.
De afgestudeerde theologen vonden gemakkelijk een werkkring bij
de Gereformeerde kerken, maar voor de juristen was het moeilijker.
Voor hen bleef de eis van kracht hun examen over te doen aan een
openbare universiteit, wilden zij tot bepaalde betrekkingen worden toe-
gelaten.
In 1898 had hierover een soort proefproces plaats: konden de afge-
studeerden der V.U. toegelaten worden tot de balie? Men wist, en
schikte zich daar node in: bij de magistratuur is alleen benoembaar,
wie de graad ener openbare universiteit bezit. Maar voor de advocatuur
lag de zaak anders. Ieder die den graad van doctor in de regten of
regtswetenschap bezit is bevoegd als advocaat te worden ingeschreven.
Lohman had reeds in 1889 in de Tweede Kamer betoogd, dat het ont-
breken van de aanduiding ener openbare universiteit de gepromoveer-
den der V.U. tot de balie toeliet. Een der afgestudeerden van de V.U.,
Mr W. H. Hovy, vroeg op grond van zijn aan de V.U. verworven
graad toegang tot de balie, maar de Hoge Raad besliste, dat deze
toegang moest worden geweigerd. Waar de wet op het hoger onderwijs
van 1886 het bestaan van vrije universiteiten erkende, moest het toch
wel als zeer onbillijk worden gevoeld, dat de overheid door examen-
dwang een bepaald deel van 's lands zonen, die toch een universitaire
vorming hadden genoten, van landsbedieningen uitsloot. Had men,
toen de V.U. haar sporen op wetenschappelijk gebied nog geheel
moest verdienen, het verwerven van de effectus civilis nog niet terstond
begeerd, nu werd dat anders. Er was hier onrecht en daarin zou
men niet berusten.
Merkwaardig in deze stille jaren is ook de behoefte om, uitgaande
van de Calvinistische beginselen, zich te bezinnen op de wijsbegeerte.
Reeds toen gevoelde men, dat de Vrije Universiteit in haar colleges
philosophic niet zou kunnen volstaan met het recapituleren van be-
bestaande stelsels, met een bloot refererende geschiedenis der phi-
losophic, hoe nuttig die op zichzelf ook zijn moge. Neen, als de tekst
De vreze des Heren is het beginsel der wijsheid meer dan een leuze
was, dan moest het mogelijk zijn tot een schriftuurlijke wijsbegeerte
120
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's