Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 42
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
curatorium. M. a. w. men moest van zaken tot personen komen. Een
hachelijk ondernemen in een kring, die zoveel kerkelijke tegenstel-
lingen kende. Men zou moeten passen en meten om alle schijn van
kerkelijke voorkeur te vermijden. Hier raakt de historie het heden en
daarom begrijpt ieder onzer, die in besturen van zogenaamd gemengde
verenigingen zitting heeft, de moeilijkheden van 1851 zo goed. Vijf
docenten en vijf curatoren. Twee oneven getallen, tezamen een even
som gevend. Dan twee Afgescheiden docenten en drie niet-afgeschei-
denen; bij het curatorium juist de omgekeerde verhouding, dan leek
het geheel in kerkelijk evenwicht.
De keuze der niet-afgescheiden docenten gaf geen moeite: de be-
kende Da Costa, de dubbel gedoctoreerde Teding van Berkhout en de
in Halle en Berlijn opgeleide Schwartz konden zonder meer profes-
sorabel worden geacht. Maar de keuze der Afgescheidenen gaf meer
moeite. Over Brummelkamp, die in Leiden had gestudeerd, was men
het wel eens. Maar diens protégé Van Houte, opgeleid in Geneve, kon
— met name bij Groen — wetenschappelijk eigenlijk niet meetellen.
Ook de drie Afgescheidenen, die in het curatorium zitting moesten
nemen, waren heel moeilijk te vinden.
Het enthousiasme werd door deze moeilijkheden wel wat bekoeld.
Bovendien leidde dit wikken en wegen van personen gemakkelijk tot
geroddel: Da Costa had zich, omdat hij zoveel schulden had, eigenlijk
laten omkopen; Brummelkamp deed aan zieltjeswinnerij en heel deze
schoolstichting was een poging om de Hervormde kerk, de hoere
Jezebel, afbreuk te doen, waaraan dan nota bene Hervormden mee-
deden.
Moeilijk sleepte de stichtingsarbeid zich dan ook voort. Ware er
inderdaad sprake geweest van een simpele tegenstelling Hervormd-
Afgescheiden, dan hadden Brummelkamp en Wormser de zaak wel
opgegeven. Maar zo eenvoudig lag het niet. Brummelkamp noch
Wormser achtte de Afscheiding een fait accompli; ze was slechts pro-
visioneel. Heel tekenend is in dit opzicht toch wel het standpunt van
Wormser, die het juist achtte, dat men zijn kinderen de raad gaf én
in de Afgescheiden gemeente én in de Hervormde kerk belijdenis des
geloofs af te leggen. Zo is het te begrijpen, dat de Hervormden zich,
ondanks alle moeilijkheden, niet van deze beweging distancieerden.
Maar even begrijpelijk is het, dat zij beducht waren zich als Her-
vormden te compromitteren. Want er waren andere Afgescheidenen
dan Brummelkamp en Wormser, die over de Hervormde kerk een
vrij wat ongunstiger geluid lieten horen dan Wormser en de zijnen.
38
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's