Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 65
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
gescheiden van de grote ruimte daarvoor. Er was een podium gebouwd,
met stemmig grijs tapijt belegd. Daarop stond een spreekgestoelte, met
een purper bekleed klankbord. Terzij was een speciale bank voor de
pers geplaatst, vanwaar men het geheel goed kon overzien.
Er bleken voor de vele belangstellenden geen zitplaatsen genoeg. De
banken voor de genodigden werden door regelingscommissarissen vrij
gehouden.
Het orgel liet plechtige muziek horen en sommige broeders knikten
elkaar geruststellend toe: Kuyper had dus geen moderne fratsen ge-
duld en het korte berichtje in De Heraut van enkele weken geleden
bleek juist te zijn geweest: . . . Geen andere muziek dan plechtig orgel-
spel . . . Dit laatste vermelden we, om de geruchten, die men heeft uit-
gestrooid, hiermee te weerspreken.
Het was de puriteinse geest, die hier deze middag zou heersen. Met
welgevallen keek het oog van de buitenman de kerkruimte rond:
Gelukkig geen gekleurde ramen (eerst een latere generatie zou die
in de Nieuwe Kerk aanbrengen). Hollands-nuchter en eerlijk viel het
grijze Octoberlicht door de kale vensters, gaf wat glinsteringen op het
koper van 't koorhek.
Een man in de persbank trok z'n kraag wat op. Het tochtte. Als
er een deur open ging, bewoog het rood fluweel van de afsluiting
traag. Kwart voor énen . . . Koud was het hier. En saai. Straks, in
het stamcafé op de Nieuwe Zijds een hartige borrel. Daar leefde je . . .
Dit, wat was dit? Vreemd — toch van een zekere bekoring.
Hij keek de kerk eens rond, krabbelde dan vast wat aan z'n kopij:
Men zou die mannen, die, toen het orgel begon te spelen, onmiddellijk
een psalm aanhieven, overal in de wereld gekend hebben als Hollan-
ders. Men zag niet die domme gelaatstrekken, welke men den anti-
revolutionnairen op spotprenten toekent, maar vele ernstige, goede,
echt-Hollandsche gelaatstrekken, met breede bovenlip en vastbesloten
mond. . . Hun beginselen zijn de onze niet en hun theocratie zullen
we steeds bestrijden, maar er is iets zeventiende-eeuwsch in hun pogen
en streven, dat ons doet gevoelen in hun midden dat we onder landge-
nooten zijn, gemeenschappelijke erfgenamen van een heerlijk verleden.
— Is het waar — stootte hem een collega aan, die voor een
Belgisch blad verslag moest maken — dat ze vier millioen hebben?
Die van Het Handelsblad schoot in de lach. — Vier millioen —
die lui hier? Kijk ze 's a n : Kleine mensjes, met een enkele rijke azijn-
man als Hovy en wat Friese boeren, die er warmpjes in zitten? Vier
millioen — hoe kom je aan de zotheid?
61
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's