Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 93
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
belangrijk kan zijn in de gezinnen, hebben de vrouwen — bewust of
intuïtief — zo op de bres gestaan juist voor deze faculteit. En dat die
tenslotte tot stand zou komen is niet in de laatste plaats aan haar te
danken.
Reeds op de jaarvergadering van 1883 te Arnhem werden de
eerste gaven vol vertrouwen voor deze faculteit gegeven. Terecht zag
men deze zaak echter niet als een kwestie van geld alleen. Men moest
Christen-professoren hebben. Met halve mannen kunnen wij niet toe.
Wij hebben dezulken noodig, die beslist staan in hunne overtuiging en
daarenboven toegerust zijn met de noodige kundigheden voor dit ge-
wichtig ambt.
Een derde, zeer belangrijke vraag in deze beginperiode kwam in
1884 te Utrecht aan de orde: Moet de V.U. stappen doen om de
theologen, die zij klaar maakt, de weg naar de kansel te effenen?
Die vraag werd urgent, want juist had de eerste student der Vrije
Universiteit, de heer J. H. Houtzagers zijn theologische studie be-
ëindigd. Weldra zouden anderen hem volgen. En wat dan, als de Her-
vormde synode alleen de afgestudeerden der rijksuniversiteiten tot de
kansels toe bleef laten? Die vraag was een heet hangijzer en de be-
antwoording daarvan eiste een zeer grote tact van voorzitter Hovy.
Wel waren bijna alle aanwezigen op die moeilijke vergadering leden
van de Hervormde kerk, maar de gevoelens over die eigen kerk liepen
heel ver uiteen. Er gingen stemmen op die eisten, dat de gemeenten
de banden van de Hervormde synode zouden breken en dat de Ver-
eniging voor hoger onderwijs deze beweging leiding zou geven. Een
ander eiste, dat men de Nederlands Hervormde kerk en de Vereniging
voor hoger onderwijs streng uiteen zou houden. De meerderheid kon
noch het ene, noch het andere standpunt delen: enerzijds zou leiding
geven aan strijd met de synode de Vereniging voor hoger onderwijs
maken tot een orgaan voor kerkherstel, waartoe ze niet gesticht was;
anderzijds ging het ook niet aan kerk en Vereniging geheel los van
elkaar te zien, daar het stichten der Vereniging juist een gevolg was
geweest van het verval der kerk. Ds B. van Schelven slaagde er ten-
slotte in een motie te formuleren, die bijna alle stemmen kon ver-
werven: De vergadering aan een ieder individueel overlatend om naar
den aard zijner roeping en volgens den wil des He er en te doen, wat
hem te doen staat, meent zelve als Vereeniging zich in deze van
stappen te moeten onthouden.
Zo bleef de eenheid nog bewaard, tot twee jaar later, als bij de
Doleantie de breuk in de Hervormde kerk zichtbaar wordt, de Vereni-
89
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's