Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 207
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
— Juist. M a a r toen dat bedrag eenmaal aangeboden was, kreeg
ik van die en van die, soms met licht verwijt te horen: Waarom heb
je mij niet gevraagd? Ik had net zo graag meegedaan. Tja, daar
moest ik dan het antwoord op schuldig blijven. Wij organiseren na-
tuurlijk lang zo zakelijk niet als de mannen.
Even een schalkse blik naar heer gemaal, maar die kijkt bedacht-
zaam de rook van z'n sigaar na.
— En toen?
— Ja, toen is het eigenlijk zo'n beetje blijven sudderen. U kent dat:
de gedachte laat je niet los en plotseling is daar een idee. Als de
vrouwen 's een busje namen en er wekelijks een dubbeltje in zouden
doen? Ik hoorde van m'n man wel, wat 'n moeite het kostte in die
crisisjaren de wis- en natuurkundige faculteit overeind te krijgen. Ik
heb toen een paar weken met die gedachte rondgelopen, wist eigenlijk
niet goed, hoe ik er mee aan moest. En toen — ja, toen dacht ik: nu
moest ik eerst het advies hebben van de mensen, voor wie het bestemd
is. Toen ben ik er mee gegaan naar een heel eenvoudig vrouwtje, die
van universiteiten geen weet had. U mag haar naam gerust noemen:
Juffrouw van Leeuwensteijn, Eva van Leeuwensteijn. M'n man was
toen diaken en zo waren we met haar in contact gekomen. Het was
goed met haar te praten en vaak zat ik 'n middag bij haar, met m'n
breiwerk. Ik heb van die vrouw veel geleerd, van haar eenvoud en
vroomheid. Toen heb ik haar van m'n plan verteld, een beetje aar-
zelend. En weet u hoe ze reageerde? — Dat lijkt me prachtig, zo iets
te mogen doen. Wil Mevrouw mij maar voor zo'n busje opschrijven?
— Toen heb ik directeuren geschreven en er is een klein comité ge-
sticht. Bij de herdenking van Kuypers geboortedag, in 1937 juist een
eeuw geleden, zouden we de opbrengst aanbieden. Ja, maar we waren
er nog lang niet. Hoe moest zo iets nu verwezenlijkt worden? Ik weet
nog, hoe onzeker we waren, toen we met enkele heren hier over ver-
gaderden. We moesten de zaak toch enigszins begroten; hoeveel busjes
zouden er te plaatsen zijn? Eén van de dames van ons comité, juffrouw
Schut, schatte twee duizend. Ik vroeg aan meneer Faber, in hoeveel
gemeenten we over een V.U.-contact beschikten. Dat was toen onge-
veer een twaalfhonderd. Wel, meende ik toen, in elke plaats tien, dat
maakt twaalf duizend. Ja-ja, dat vonden we toen onbereikbaar veel.
En nu zijn het er negentig duizend. God heeft dat simpele plan wel
willen zegenen . . .
— En de busjes?
— Ja . . . Mevrouw Verdam glimlacht even.
201
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's