Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 217
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
in veel gevallen individueel werk. Denk bij voorbeeld maar aan al die
salarissen. De V.U. heeft nu al aan meer dan vierhonderd mensen
salaris uit te betalen. Voor de één moet het zus, voor de ander zó be-
rekend worden; dit verandert in Maart, dat in Mei. Het contact met
de Pensioenraad en de naleving van de verschillende sociale wetten
spreken een woordje mee. De personeelsadministratie is maar een onder-
deel, maar betekent tegenwoordig al heel wat. En dat alles is niet te
mechaniseren, al benutten we natuurlijk wel de mogelijkheden, die
binnen ons bereik liggen.
— Die groei, die is mooi natuurlijk. Maar — vindt u diep in uw hart
nu niet, dat er veel intiems verloren is gegaan?
— Helemaal niet!
Het wordt met dezelfde overtuiging gezegd, als toen ik de rector
magnificus soortgelijke vraag stelde. Alleen de motivering is anders.
— Niet?
—• Nee, stellig niet. Dan denk ik natuurlijk niet aan de interne orga-
nisatie, maar aan het contact met de mensen in het land. Daarvan zou
ik zelfs zeggen: het contact is inniger dan vijf en dertig jaar geleden.
Door verbetering van de communicatie-middelen komen heel wat meer
mensen een kijkje nemen bij hun universiteit, al verbazen zij zich dan
wel eens, dat ze er op één dag maar zo weinig van kunnen zien. Boven-
dien, nu er zoveel professoren zijn, zien en horen zij die veel vaker dan
voorheen. Met de medewerkers in de organisatie is er regelmatig con-
tact via onze vier vertegenwoordigers-propagandisten. Daarnaast ga ik
zelf wel graag eens naar een vergadering van een provinciaal comité
of ring. Dat heb je wel nodig, ook om te weten, waar de zwakke plekken
in de organisatie zitten. Tussen haakjes: zo'n ringvergadering kan erg
leuk zijn. Daar heb je echt de vertrouwensmensen van de V.U. uit heel
wat plaatsen bij elkaar. Af en toe kan het je dan gebeuren, dat de voor-
zitter in de volle vergadering doodleuk zegt: We hebben nu de heer
Faber in ons midden en ik heb zo de gedachte, dat die wel iets te berde
heeft te brengen. . . Nou, zegt u dan maar eens nee!
— Kunt u nu ook merken, dat de nieuwe subsidieregeling onze
mensen zorgelozer heeft gemaakt?
— Onze mensen niet.
— Hoe bedoelt u dat?
— Wel, u zegt: ónze mensen. Dan bedoel ik de mensen uit onze orga-
nisatie. En die zijn veel te goed ingelicht. Die weten: het geld is nu
nodiger dan ooit. Hoogstens is er een buitenstaander, die zegt: de staat
betaalt toch? M a a r die is met een eenvoudig rekensommetje gauw
211
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's