Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 54
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
ning Jr., Dr G. J. Vos Azn., Dr Ph. Hoedemaker, Ds L. Lindeboom,
Dr A. Kuyper en enkele anderen. Het scheen, dat men elkander op dit
punt dan eindelijk zou vinden.
Waren het in 1851 de Afgescheidenen geweest, die tenslotte de breuk
veroorzaakt hadden, in 1875 was het een zogenaamde middengroep —
die der ethisch-irenischen — onder Bronsveld en Van Toorenenbergen,
die de zaak deed mislukken. Zij waren wel afkerig van het modernisme,
ze hadden wel bewondering en waardering voor het Gereformeerd
Protestantisme van de zestiende en zeventiende eeuw — maar bij samen-
werking vreesden ze te grote invloed van Kuyper. Kuyper liet zich —
dat had hij in Utrecht en Amsterdam bewezen — zeer gelden. Zijn
extreem-gereformeerde richting zou in het geheel der samenwerkende
groepen een te grote invloed krijgen. En de Hervormde kerk had juist
de vrede zo nodig. Als die nieuwe universiteit er kwam, zou Kuyper
dan het Gereformeerd beginsel er niet te veel doordrijven? Wat zou dat
gaan betekenen voor de Hervormde kerk, die alleen met heel veel zacht
beleid weer op het goede spoor gebracht zou kunnen worden? Kuyper
was weliswaar Hervormd — schoon sinds kort geen Hervormd predi-
kant meer — maar hij had in zijn kerk toch allerlei moeilijkheden en
het zou wel tot brokken maken komen . . .
Wel bood Kuyper aan geheel terug te treden, opdat zijn persoon geen
belemmering zou zijn bij het tot stand komen van een zaak, die de
samenwerking aller orthodoxen in Nederland vereiste, maar de irenische
mannen aarzelden toch. In de Kamerclub, die de stichting ener Gerefor-
meerde universiteit in de Kamer ter sprake hoopte te brengen, kwam
aarzeling door de dood van Groen. Bij Kuyper openbaarde zich een
neurasthenie, die hem noopte in het buitenland afleiding en genezing
voor zijn ernstig gekwelde geest te zoeken. En de middengroep zag maar
liever van samenwerking af.
Andermaal bleek de Nederlandse orthodoxie te verdeeld om tot de
daad te komen.
8 DE TIJDEN RIJPEN
Nog bleek de nood niet hoog genoeg gestegen om de redding nabij te
doen zijn. Er was een aanleiding van buiten-af nodig om na de misluk-
kingen van 1851 en 1875 toch weer met nieuwe plannen te komen. Die
aanleiding was de wet op het hoger onderwijs, die in 1876 tot stand
kwam. Eigenlijk was in de grondwet van 1848 de vrijheid van het
hoger onderwijs reeds in principe aanvaard, maar niemand had toen
50
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's