Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 25
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
lijke ratio stond boven de openbaring Gods in de Heilige Schrift. God
gedaagd ter vierschaar van de Rede, gelijk Da Costa schreef. Schrift-
critiek was dus geboden. Voor het forum van de rede konden vele
bijbelse verhalen en dogma's zich niet handhaven. De Christelijke religie
was een godsdienst als vele andere, Jezus Christus een leraar in de lange
rij van wereld-leraren, de bijbel een boek met dezelfde gebreken als
andere godsdienstige boeken. Het was de vraag, of de theologie aan
de universiteit wel recht van bestaan had.
In de faculteit der medicijnen heerste eveneens het zogenaamde vrije
onderzoek. Bleef op den duur de bijbelse tweeheid van lichaam en geest
te handhaven? Men speurde door de microscoop, men ontleedde met
het lancet. Stof nam men waar, materie. Waar vond men ooit iets van
een geest, waarover de oude leer sprak? Waren, wat men geestelijke
acties noemde, niet zonder meer reflexen van stoffelijk leven? Was de
mens niet een vernuftige chemische fabriek? L'homme machine, de
mens een machine, schreef een veelgelezen Franse arts.
Ook in de juridische faculteit werkte het nieuwe beginsel krachtig
door. Was heel die bijbelse gezagsverhouding geen fictie? Vrij werd
de mens geboren en vrij moest hij leven. Een door God gewilde over-
heid was één dier middeleeuwse antiquiteiten, die door de rede naar de
historische rommelzolder werden verwezen. De verhouding van overheid
en onderdanen was een zaak van contract, dat het volk kon opzeggen.
In de rechtsverhoudingen dienden rede en natuur te heersen, niet het
goddelijk gebod. Goed is niet, wat de wet Gods goed noemt, maar wat
nuttig is voor zoveel mogelijk staatsburgers.
We zouden voor andere takken van wetenschap de gevolgen van het
rationalisme op soortgelijke wijze kunnen samenvatten. M a a r genoeg.
Hier is immers sprake van een beginsel, het beginsel van de menselijke
autonomie, dat op alle terreinen van wetenschap zijn gevolgen moest
hebben.
M a a r waarom deze lange aanloop om tot de beschrijving van de ge-
schiedenis der Vrije Universiteit te komen? Waarom niet omstreeks
1880 die beschrijving begonnen?
Er zou in dat begin 1880 een sterk element van willekeur zitten. Het
zou ook een on-historisch begin zijn. Want het Calvinistisch volksdeel
heeft geleden onder de vérgaande saecularisering van het hoger onder-
wijs, jaren lang. Zo gezien is het jaar 1880 een vrij willekeurig begin,
hoogstens bruikbaar als uitwendig kenmerk. De V.U. had, wat haar
wezen aangaat, evengoed gesticht kunnen worden in 1870 of in i860
21
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's