Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 192
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
in hun wetenschap niet rekenen, gevonden hebben . . . Uit de lijkenzaal
van den Christen-anatoom zou voor onze beginselen slechts kleine winst
te boeken zijn.
Van het begin aan heeft dus duidelijk vastgestaan, dat een Christelijke
medische faculteit in veel zou moeten gelijken op die aan de neutrale
universiteiten; eveneens, dat beginselen geen tekort aan technische
middelen zouden kunnen goedmaken. Het eigene zou hierin moeten
schuilen, dat ook op het terrein van deze wetenschap de erkenning van
Gods souvereiniteit opgeëist zou worden. De officiële medische weten-
schap had gebroken met het geloof in een wereld der onzienlijke dingen
en koesterde een bijna blinde verering voor de onvernietigbare stof met
de krachten, die daarin schuilen. Er is sindsdien ook op dit gebied
veel ten goede veranderd, maar in de tijd, toen de V.U. werd gesticht,
was het toch eigenlijk zo — gelijk Dr den Houter vernuftig formuleerde
— dat de Christelijke geneesheer medicus was en ondanks dat Evan-
geliebelijder. Enerzijds was er dus de noodzakelijkheid ener medische
faculteit, anderzijds ontbraken er de mensen en het geld voor. We heb-
ben gezien, hoe men toch een bescheiden begin maakte door speciaal
de psychiatrie, misschien het meest on-stoffelijk vak uit de medische
faculteit, aan de V.U. te doceren; ook, hoe de faculteit der wis- en
natuurkunde na een moeilijke strijd vóór de medische faculteit werd
geïnstitueerd. Zelfs zou, maar veel rustiger, de economische faculteit
— waarvan men bij de oprichting der V.U. niet gedroomd had — de
medische nog voorgaan.
Haar verwezenlijking werd mogelijk toen de subsidie-regeling, in het
vorige hoofdstuk genoemd, een feit werd. De onbereikbaarheid, die
Dr den Houter en Colijn hadden onderstreept, bestond toen niet meer.
Zeker, ondanks de rijkssubsidie zou de medische faculteit nog enorme
bedragen vergen, maar directeuren draalden niet. Het rijk zou vijf en
tachtig procent van de kosten dragen; de resterende vijftien procent
moest een moeilijke, maar neembare barrière zijn om te komen tot een
zaak, waarvoor zoveel geofferd en gebeden was. De bidders van vele
jaren hebben niet kunnen bevroeden, op welke wijze God hun gebed
zou verhoren. Velen hunner hebben die verhoring ook niet meer mee-
gemaakt. God deed het op Zijn tijd en op Zijn wijze. Zo gezien getuigt
niet alleen de oudste, maar ook de jongste geschiedenis der Vrije Uni-
versiteit van vertrouwen, dat niet beschaamd wordt.
In 1950 kan men dan van een faculteit der geneeskunde gaan spreken,
als naast Prof. L. van der Horst, die sinds 1928 vele jaren een eenzame
figuur was geweest, drie gewone hoogleraren gaan optreden: Prof.
186
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's