Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 180
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
na de bevrijding op als gewoon hoogleraar. Dan werd de wis- en
natuurkundige faculteit in 1946 nog versterkt met de lector Dr W. Th.
Nauta, terwijl — om de universitaire orde hier te laten gaan voor de
burgerlijke — met mej. Dr G. H. J. van der Molen als privaat-
docent de eerste vrouw een plaats achter een V.U.-katheder vond.
Wel was er in een halve eeuw heel wat veranderd, als we ons her-
inneren hoe Prof. Geesink het studeren van meisjes een ingaan tegen
de ordeningen Gods had genoemd!
Met deze benoemingen, talrijker dan ooit tevoren in enig jaar, was
het eind er nog niet. De senaat vroeg curatoren en directeuren niet
slechts om een sterkere bezetting der bestaande faculteiten, maar ook
om nieuwe vakken binnen die faculteiten en uitbreiding met liefst twee
faculteiten, de economische en de medische.
De wonderlijke vernieuwingszucht, die als een epidemie in 1945
uitbrak, liet ook het universitaire leven niet ongemoeid. De onder-
wijzer wilde museumdirecteur worden, de typiste moest persé in Enge-
land typen, de dominé wilde een speciale taak en de scholier wilde
Indië gaan herwinnen. Het was, alsof vijf jaren druk en donker in
een paar maanden moesten worden afgereageerd. Het isolement,
waarin de universiteiten voorheen hadden verkeerd, bleek door de
oorlog doorbroken. Jonge gezichten staken boven de professorale toga's
en het contact met de burgermaatschappij was inniger dan ooit. De
ene brochure na de andere over de reorganisatie van het hoger onder-
wijs verscheen en de lucht was vol geruchten. Wat al plannen en
commissies!
De V.U. kreeg er haar deel van: de universiteit had een taak ten
aanzien van de gezondheid der studenten; de universiteit moest goed-
kope warme maaltijden mogelijk maken en voor huisvesting zorgen,
moest voor sportbeoefening gelegenheid geven en zo voort. Bij al dat
nieuwe kwam nog de afwikkeling van het oude, maar ook die af-
wikkeling gaf nieuwe vormen te zien. Zo werd de zuivering der stu-
denten mede gelegd in de handen der studenten-zelf. Zeven studenten
kregen een berisping, een en twintig werden langer of korter tijd van
de studie uitgesloten.
Ernstiger dan dit alles was een nieuw gevaar, dat van de zogenaamde
doorbraak. Voorbereid door het Barthianisme, dat we in een vorig
hoofdstuk signaleerden, is de doorbraakgedachte — wat een afschuwe-
lijk woord eigenlijk — sterk bevorderd door de innige contacten, die
de verschillende groepen van het Nederlandse volk in de bezettingstijd
hadden gehad. Anderhalve eeuw tevoren was het onder de druk van
174
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's