Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 68
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
De potloden liggen stil als de wat frêle figuur van de oude Haagse
aristocraat Jonkheer Mr P. J. Elout van Soeterwoude op het podium
verschijnt. Hier spreekt een andere generatie. Elout zelf herinnert daar
aan. Met de verering van een oud man roemt hij plechtig het ver-
leden, noemt eerbiedig de naam van zijn overleden vriend Groen van
Prinsterer. Wat vorige generaties gewild hebben: wetenschap gegrond
op Gereformeerde beginselen, kan in deze Vrije Universiteit dan
eindelijk bereikt worden. Wormsers streven heeft dan toch succes.
En nadrukkelijk schuift de oude Elout hier Wormsers ideaal weer
naar voren: eenheid van Afgescheidenen en Hervormden in het be-
lang der Gereformeerde wetenschapsbeoefening. Namens een veertigtal
broeders biedt Elout een kapitaal van honderd duizend gulden aan.
De journalisten knipogen tegen elkaar.
Het orgel zet een aria uit de Elias in. Er is even wat voetgeschuifel.
Dan beklimt Kuyper het spreekgestoelte. Als het orgel zwijgt, laat
hij even de stilte voelen, terwijl zijn veldheersblik over de schare aan
zijn voeten gaat. Dan begint hij zijn rede Souvereiniteit in eigen kring.
Als altijd weet hij, redenaar bij de gratie Gods, zijn gehoor te
boeien door uit te gaan van een concrete situatie, van een pakkend
beeld. Ditmaal is dat het bekende beeld van de maagd in Hollands
tuin, met boek, speer en vrij heidsmuts. Daaraan ontleent hij zijn
drie punten: i. Wat doet de maagd in Hollands tuin? 2. Waarom
zwaait ze de muts der vrijheid op een speer? 3. Wat tuurt ze in het
boek der Gereformeerde religie?
Die punten hoeft geen hoorder te memoreren; ieder kan ze zich
levendig voorstellen.
Kuyper komt in deze rede op voor de souvereiniteit in eigen kring,
ook wat betreft het terrein der wetenschap. Niet zonder effectbejag,
maar pakkend toch, wijst hij zijn hoorders naar het praalgraf van
De Ruyter, daar vlak bij hen . . . De onsterfelijke zeeheld, op wiens
praalgraf we hier staren, toen onze heerlijke De Ruyter, het weer
opkomend royalisme van de Karels en Lodewijken weerstond in alle
zeeën en brak op elke kust. „Ik schipper naast God schipper van mijn
schip." . . . In eigen kring Souverein.
In een lang betoog ontwikkelt hij de gedachte, dat de V.U. drie
eigenschappen zal moeten tonen, wil ze haar bestaan rechtvaardigen:
ze zal moeten zijn nationaal, wetenschappelijk en Gereformeerd.
De verslaggever van Het Handelsblad noteert, dat Kuyper zijn
gehoor een paar uur wist te boeien, ondanks zijn wat eigenaardige dictie.
Inderdaad moet voor vele oren, de kanseltaal niet gewend, Kuypers
64
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's