Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 229
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
— Ten dele. Wel in zoverre, dat het corps door al die onthou-
dingen in z'n positieve kracht verzwakt. Maar dat er in het studenten-
leven veel van die liberale romantiek verdwijnt — u weet wel: zo van
trouw tot in de dood aan je corps, pas als student meetellen, als je liters
bier drinkt en al zulks fraais meer — soit, dat kunnen we missen.
— Wat ziet u in deze gewijzigde omstandigheden als de voornaamste
taak van het corps?
Die vraag blijkt de sluizen der welsprekendheid bij de rector corporis
te openen. Het is, alsof hij op deze vraag heeft zitten wachten. Zijn
betoog wordt te lang om het hier op te nemen. Ook ben ik het er niet
in allen dele mee eens en dat veroorzaakt een discussie, die voor de
lezer weinig interessant zou zijn. Maar terwijl ik naar hem luister,
dringen zich twee gedachten aan me op. De eerste is deze: Het corps
is dus nog altijd in de branding; daarbinnen staan nog altijd de
meningen heftig tegenover elkaar. En de tweede gedachte is deze: er
is iets bijna profetisch in dit betoog. Deze fanatieke wil om het studen-
tenleven te christianiseren, zoals de rector corporis het noemt. Met
studentikoze royaliteit heeft hij er vele termen voor: het Christendom
tot een levende zaak in het studentenleven maken, niet alleen een
papieren belijdenis, profeten van het Calvinisme zijn en geen profiteurs
daarvan, en zo voort. M a a r al deze termen en woorden dragen toch
één gedachte: Er mag geen kloof zijn tussen de oude V.U.-gedachte
en de practijk van het studentenleven. De student moet, precies als
iedere werker in de organisatie van de V.U., de ere Gods zoeken. Zeker,
het wordt minder geijkt gezegd; maar het gaat tenslotte om de ge-
dachte.
— Maar, werp ik tegen, het corps is er toch in de eerste plaats om
de gezelligheidsfunctie?
— Precies!
Hij vuurt het woord als het ware af, schiet recht in zijn stoel en
priemt met een uitgestoken wijsvinger in mijn richting.
Ik heb de gedachte, dat ik iets heb miszegd.
— Precies! Dat hebben ze in het corps me net zo voor de voeten
geworpen. Maar ik vind die bedenking volkomen onlogisch. We zijn
het er over eens, dat het studentenleven aan de V.U. een waarachtig
Christelijk studentenleven moet zijn? Niet zo maar voor de leus en voor
de buitenwacht, maar echt, in merg en been?
Ik knik.
— Wel, dan moet je toch ergens daaraan kunnen werken. Ik kan
moeilijk belijden, als ik in m'n eentje ben. Daarvoor heb ik de ander
223
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's