Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 155

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 155

Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

een niet onbelangrijk bedrag; het studentencorps schonk een feestgave

om bij te dragen in de vernieuwing van het ameublement van de

senaatszaal; het totaal der feestgaven overschreed de vijf ton. Nóg

scheen het jaar 1930 te behoren tot die periode van de jaren twintig,

die de curator M r S. de Vries karakteriseerde als: H Is toch ook voor

ons Gereformeerden een tijd, waarin het een lust is om te leven, zóó

worden we gezegend.

Maar de economische crisis vatte onherroepelijk ook de V.U. in haar

greep. Dat werd duidelijk merkbaar aan de contributies. Het plan voor

de vierde faculteit had financieel twee eisen gesteld: drie ton ineens,

die er ruim kwamen; en een jaarlijkse contributieverhoging van zestig

duizend gulden, die er lang niét kwam. Dit is één der weinige misluk-

kingen op financieel gebied, die de V.U. kent.

Het begin der jaren dertig wordt beheerst door het woord bezuini-

ging en die heeft men gezocht — moeten zoeken — ook in vermin-

dering der vaste lasten.

Na twee jaar was van de gevraagde zestig duizend gulden nog slechts

een klein deel bereikt en toen de contributies door de crisis snel gingen

dalen, was zelfs van die ontoereikende vermeerdering de helft binnen

enkele jaren verdwenen. Het volgende staatje geeft duidelijk de terug-

slag der crisis te zien:

Contributie-opbrengst in de jaren

1930 ƒ 111.911.13

1931 ƒ 123.292.84

1932 ƒ 123.208.55

1933 ƒ 120.698.85

1934 ƒ 122.444.38

1935 ƒ 119.566.71

1936 ƒ 117.118.62

In 1931 blijkt de opbrengst iets gestegen, maar daarna wordt niet

slechts de verhoging met zestig duizend gulden niet bereikt, maar

zakken de inkomsten ook absoluut. Aan steun van rijk of gemeente

viel in deze jaren van bezuiniging in het geheel niet te denken. De

hele bijdrage van het rijk is vele jaren niet groter geweest dan vier

duizend gulden per jaar, waarbij pas later een variërend bedrag voor

de zogenaamde exacte faculteiten kwam. In het financieel zo sombere

jaar 1936 bv. bedroeg deze ƒ 13.600, met de bijdrage voor de ge-

bouwen dus ƒ 17.600. Dat was alles, wat de overheid gaf voor een

universiteit, waaraan toch ruim zeshonderd harer onderdanen stu-

deerden, die anders aan de openbare universiteiten schatten zouden

151

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 155

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's