Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 228

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 228

Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

WE VOERDEN EEN GESPREK MET . . .

9 J. C. SCHOUTEN, RECTOR VAN HET STUDENTENCORPS

Was het al niet zo eenvoudig geweest mej. Donner voor een onder-

houd te vangen, met de rector van het (mannelijke) studentencorps

aan de Vrije Universiteit onder de zinspreuk NU Desperandum Deo

Duce werd dat pas echt ingewikkeld. De gecorrigeerde drukproef voor

dit boek lag al klaar, toen hij nog uit zijn pastorie kwam opdraven.

Uit zijn pastorie, ja. Want het wonderlijke geval doet zich in dit

jubileumjaar voor, dat de rector corporis behoort tot de dienstdoende

predikanten in Nederland. Zodat tenslotte in dit boek over de V.U.

toch een dominee het laatste woord heeft. . .

We begonnen maar met een vraag geheel aan de buitenkant: Hoe

groot is het corps tegenwoordig ongeveer?

— Een vierhonderd leden, waarbij dan ongeveer honderd actieve

reünisten geteld moeten worden.

— Niet veel, als u bedenkt dat er twee duizend studenten zijn.

— Ja, maar in de eerste plaats moeten daar ruim tweehonderd

meisjes afgetrokken worden. En dan moet verder in aanmerking worden

genomen, dat van die twee duizend ingeschrevenen heus niet allen

nog college lopen.

— Toch heb ik sterk de indruk, dat het corps-lidmaatschap niet zo

bijna vanzelfsprekend meer is als vroeger, vóór de oorlog.

— Helaas niet, ja.

— Wat acht u de oorzaken daarvan?

— Allereerst het feit, dat er zo enorm veel werkstudenten zijn. Dat

was vroeger uitzondering, maar tegenwoordig is dat schering en inslag.

— Maar aan andere universiteiten, waar het percentage werkstu-

denten niet zo groot is als aan de V.U., loopt het percentage corps-

leden toch ook terug. Zou het niet een meer algemeen verschijnsel zijn?

— Stellig. En de oorzaak daarvan is ook bekend: De studentenmaat-

schappij is veel minder een gesloten groep dan voorheen. Men zou ook

hier van een doorbraak kunnen spreken. Let u maar op de uiterlijke

dingen: Wie spreekt nog van heren studenten? Wat is er overgebleven

van de speciale kleding, waaraan men de student dadelijk herkende?

Van de baret? Van de speciale studentensport, schermen en roeien? Ik

geloof, dat men de questie van het corpslidmaatschap in hetzelfde

licht moet zien: het hoorde vroeger echt bij het zo aparte student-

zijn.

— U betreurt die verandering natuurlijk?

222

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 228

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's