Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 169
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
Maar naarmate de tijd voortschreed, groeide het ongeduld der Duit-
sers. De tijd van de fluwelen handschoen was voorbij en het eerste
masker ging af. De totale oorlog greep steeds vinniger ook de universi-
teiten aan.
Tien December 1942 daverde de lach der studenten nog in de zaal
van het studentencorps der V.U., dat de zinspreuk voert NU Desperan-
dum Deo Duce, aan niets moet gewanhoopt worden, daar God Leider
is. Die zinspreuk kreeg die avond wel een heel bijzonder relief. Men
had als studenten het dwaze Sint-Nicolaasfeest gevierd. Er was al zoveel
ellende en zoveel bitterheid — maar men was jong en gul had de lach
geklonken. Tót men uiteen zal gaan, wat aarzelend — want men kent
het besluit van de senaat: de Soos moet dicht. Wat is er gescholden op
die laaggezolderde, armoedige zaal boven een pettenfabriek, in een goor
en mistroostig pand. Maar nu gaat de Soos dicht — straks voor het
laatst die kale stenen trappen af, dan sluit het kroegbestuur voor het
laatst. F i n i . . .
Als Waterink opstaat, is het vreemd stil. Waterink heeft hier bij
willen zijn. Zijn erelidmaatschap van het corps is geen leeg begrip. Wie
der proffen kent het corpsleven als hij? De ligging der disputen, hij
kan u die helder uitleggen. In menig studentenleven heeft hij inge-
grepen. En nu zitten daar die jongens vóór hem. Met hun bravour
vaak en hun onevenwichtigheid. Ze smalen zo makkelijk en zo grof
vaak — maar ze hunkeren naar houvast, altijd — maar in deze jaren
wel bijzonder.
Dan spreekt Waterink van de tragiek van deze avond en er is niemand
bij de spotters, die dat een groot woord vindt.
Z'n brilleglazen twinkelen, als hij de groep overziet. Hij spreekt ge-
dempt, maar articuleert scherp als altijd: Ik vrees soms het ergste. Wij
kunnen den vijand geen oogenblik vertrouwen. Wij moeten op het aller-
ergste zijn voorbereid. . . God alleen weet, wie van jullie weggevoerd
zal worden naar het land van den vijand. Misschien zijn er onder jullie,
wier leven naar Gods bestel zal moeten eindigen door een bom, in een
der warme, zwarte fabrieken van Duitschland, misschien zijn er wier
leven eindigen zol door een kogel op de koude, witte sneeuwvelden van
Rusland. Wij weten het niet. Maar één ding weten wij wel. God blijft
getrouw en wij zullen nooit verloochenen ^ijn Naam. Wij blijven trouw
aan het vaderland, trouw aan onze Koningin. De beginselen onzer Uni-
versiteit zullen wij nooit verloochenen. Dat beloven wij elkaar in dit
plechtig oogenblik . . . Eén ding, mannen, geeft nooit, ook maar een
vinger breed, toe aan den vijand. Weet, dat adeldom verplicht en draag
163
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's