Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 169

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 169

Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

Maar naarmate de tijd voortschreed, groeide het ongeduld der Duit-

sers. De tijd van de fluwelen handschoen was voorbij en het eerste

masker ging af. De totale oorlog greep steeds vinniger ook de universi-

teiten aan.

Tien December 1942 daverde de lach der studenten nog in de zaal

van het studentencorps der V.U., dat de zinspreuk voert NU Desperan-

dum Deo Duce, aan niets moet gewanhoopt worden, daar God Leider

is. Die zinspreuk kreeg die avond wel een heel bijzonder relief. Men

had als studenten het dwaze Sint-Nicolaasfeest gevierd. Er was al zoveel

ellende en zoveel bitterheid — maar men was jong en gul had de lach

geklonken. Tót men uiteen zal gaan, wat aarzelend — want men kent

het besluit van de senaat: de Soos moet dicht. Wat is er gescholden op

die laaggezolderde, armoedige zaal boven een pettenfabriek, in een goor

en mistroostig pand. Maar nu gaat de Soos dicht — straks voor het

laatst die kale stenen trappen af, dan sluit het kroegbestuur voor het

laatst. F i n i . . .

Als Waterink opstaat, is het vreemd stil. Waterink heeft hier bij

willen zijn. Zijn erelidmaatschap van het corps is geen leeg begrip. Wie

der proffen kent het corpsleven als hij? De ligging der disputen, hij

kan u die helder uitleggen. In menig studentenleven heeft hij inge-

grepen. En nu zitten daar die jongens vóór hem. Met hun bravour

vaak en hun onevenwichtigheid. Ze smalen zo makkelijk en zo grof

vaak — maar ze hunkeren naar houvast, altijd — maar in deze jaren

wel bijzonder.

Dan spreekt Waterink van de tragiek van deze avond en er is niemand

bij de spotters, die dat een groot woord vindt.

Z'n brilleglazen twinkelen, als hij de groep overziet. Hij spreekt ge-

dempt, maar articuleert scherp als altijd: Ik vrees soms het ergste. Wij

kunnen den vijand geen oogenblik vertrouwen. Wij moeten op het aller-

ergste zijn voorbereid. . . God alleen weet, wie van jullie weggevoerd

zal worden naar het land van den vijand. Misschien zijn er onder jullie,

wier leven naar Gods bestel zal moeten eindigen door een bom, in een

der warme, zwarte fabrieken van Duitschland, misschien zijn er wier

leven eindigen zol door een kogel op de koude, witte sneeuwvelden van

Rusland. Wij weten het niet. Maar één ding weten wij wel. God blijft

getrouw en wij zullen nooit verloochenen ^ijn Naam. Wij blijven trouw

aan het vaderland, trouw aan onze Koningin. De beginselen onzer Uni-

versiteit zullen wij nooit verloochenen. Dat beloven wij elkaar in dit

plechtig oogenblik . . . Eén ding, mannen, geeft nooit, ook maar een

vinger breed, toe aan den vijand. Weet, dat adeldom verplicht en draag

163

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 169

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's