Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 40
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
Maar Brummelkamp gaf het niet op. In 1849 deed hij een tweede
voorstel, nu schriftelijk. Heeft hij toen, zich de mislukking van het
vorige jaar herinnerend, de toonaangevende groep in de vergadering
der Christelijke Vrienden willen winnen? Merkwaardig toch is immers
de formulering, Hervormde jongelingen te bewaren voor de besmetting
van valse leringen, die aan de rijksuniversiteiten verkondigd worden.
Dat laatste maakte de tongen los. Daarover kon het gesprek openhartig
zijn, want over de verderfelijke invloed van de moderne theologie was
men het eens. Zoals zo dikwijls: eens in het negatieve.
Veel later, een dag voor zijn dood in 1888, dicteerde Brummelkamp
uit zijn herinnering een verslag van een gesprek over de mogelijkheid
tot stichting ener eigen opleiding te komen: De . . . bijeenkomst . . .
was zeer hartelijk, levendig en geanimeerd. . . . De waarheid had schrik-
kelijk geleden. „Wat kunnen we doen?" heette het. Eindelijk zeide ik:
„ . . . We moeten het land vullen met predikers en getuigen; en God
geve dat z^ i^et kracht staan en naar ^ijne ordinantiën arbeiden."
Het heele auditorium had ik gewonnen. Maar daar staat mijn vriend
Capadose op: „Broeders, indien we dat doen, dan gaan we den weg
der afscheiding op, en dat willen we niet." Diepe stilte.
Hoe goed begrijpen wij na ruim honderd jaar die diepe stilte nog.
Wij kennen dat, als op een vergadering vele woorden gedachten ver-
bergen, als daar is een eerlijk pogen zover mogelijk met elkander mee
te gaan, maar als we weten, dat er naast veel dat verenigt toch ook
veel is dat scheidt. Dan moet soms het hoge woord er uit. Het hoge
woord, dat Capadose hier sprak: dat willen we niet. Candidaten, ge-
vormd aan zo'n school, zouden immers in de Hervormde kerk niet
beroepbaar zijn en practisch zou het dus neerkomen op een opleiding
van predikanten voor de Afgescheiden gemeenten.
Zo moest dus ook Brummelkamps tweede poging in de kring der
Christelijke vrienden mislukken.
M a a r Brummelkamp en Wormser, die elkaar op de vergaderingen
der Christelijke vrienden ontmoetten en regelmatig correspondeerden,
gaven de moed niet op.
Nu men ook voor financiële steun niet op de Christelijke vrienden
scheen te mogen rekenen, moest men die elders zoeken. Het adres was
bekend: de rijke mevrouw Zeelt te Baambrugge. Wie omstreeks 1850
over de financiële grondslag voor Christelijke actie peinsde, dacht aller-
eerst aan deze merkwaardige vrouw.
Als er maar eerst gerekend kon worden op duizend gulden per
36
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's