Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 182
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
het allernoodzakelijkste; later verstrekte dezelfde universiteit ons schei-
kundig laboratorium een voorschot van een kwart millioen Belgische
francs om materialen voor het onderwijs te kunnen kopen. De Rocke-
feller Foundation toonde behulpzaamheid in het verstrekken van de zo
waardevolle dollars. Geloofsgenoten in Amerika bleven niet achter en
maakten het mogelijk de als gevolg van de oorlog ontbrekende Ameri-
kaanse wetenschappelijke tijdschriften aan te schaffen. Een ander
Amerikaans comité schonk tien duizend dollar voor de laboratoria,
juist toen de negen duizend van de Rockefeller Foundation opgeteerd
waren. De bibliotheek werd door vele landen, die van de oorlog minder
hadden geleden dan wij, ruim bedacht. Er was in vele opzichten
reden tot grote dankbaarheid.
Ook het rijk der Nederlanden toonde goede wil. De uitkering van
vier duizend gulden 's jaars, die in de laatste oorlogsjaren was uitge-
bleven, werd aangezuiverd, evenals de bijdrage, die het rijk gewoon
was te geven voor de onderzoekingen van Prof. van der Horst, terwijl
voor de geleden oorlogsschade een post op de rijksbegroting werd
uitgetrokken. Vergeleken bij vroeger mocht dankbaar worden opge-
merkt, dat de V.U. wél woonde temidden haars volks.
Maar — hoe dankbaar men de goede wil van Den Haag ook op-
merkte — in de sterk gewijzigde na-oorlogse verhoudingen ging men
zich in de V.U.-kringen afvragen: moeten die vooroorlogse financiële
regelingen nu gehandhaafd blijven? Men moet het ijzer smeden als
het heet is. Welnu, als alles op drift is, moet de V.U. die gelegenheid
dan niet aangrijpen? Nu na de oorlog het aantal studenten in enkele
jaren bijna verdubbeld was — cursus 1939/40: 645, 1946/47: 1015
— toen in de oorlogsjaren zoveel kosten waren gemaakt toch ook voor
honderden studenten uit kringen, die de V.U. niet steunden, nu de
na-oorlogse maatschappij schreeuwde om uitbreiding van het intel-
lectueel kader, de Nederlandse industrialisatie alleen kans van slagen
zou hebben als ,,veredelingsindustrie" mogelijk zou worden door uit-
breiding der wis- en natuurkundige faculteiten, nu er ten gevolge van
de snelle bevolkingsgroei op korte termijn behoefte was aan meer artsen
en meer specialisten, meer leraren en meer juristen — moest nu het
Gereformeerde volksdeel alleen de lasten dragen voor de vorming dezer
intellectuelen, waarvan straks heel de Nederlandse gemeenschap ge-
bruik zou maken? De theologische faculteit — dat was wat anders,
ook al deed de legerleiding geen vergeefs beroep op legerpredikanten,
die aan de V.U. gevormd waren.
De troonrede van 1946 wekte de verwachting, dat de regering de
176
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's