Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 195
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
lijk-Gereformeerden (behalve in de theologische faculteit); nu bestaat
die mogelijkheid ook voor directorium en curatorium.
De toename van het aantal niet kerkelijk-Gereformeerde studenten
is hiermee echter slechts zeer ten dele verklaard. Meer dan vroeger
vindt men onder hen ook leden van allerlei andere kerkgenootschappen,
ook Roomsen en Mohammedanen en onkerkelijken. Voor dit verschijnsel
zijn veel verklaringen: politieke gezindheid kan, vooral voor Amsterdam-
mers, die in hun stad willen studeren, de V.U. doen kiezen boven de
Stedelijke Universiteit; ook spreekt vaak voorkeur voor bepaalde pro-
fessoren; misschien is de keuze ook wel eens het gevolg van onverschil-
ligheid. Het probleem, dat deze toeneming van het aantal niet kerke-
lijk-Gereformeerde studenten in het leven roept, is overigens niet een
probleem voor de V.U. alleen. Als we het woord Gereformeerd ver-
anderen in Christelijk, kunnen we zeggen, dat heel ons onderwijs deze
moeilijkheid kent. Ook onze Christelijke lagere en middelbare scholen
zien onder haar dak vele leerlingen, die deze scholen bezoeken niét
omdat het Christelijke scholen zijn. Dat geeft enerzijds een prachtige
gelegenheid het evangelie uit te dragen, maar anderzijds is het gevaar
van verwereldlijking niet denkbeeldig. In de komende periode zal dit
vraagstuk bezinning en beleid vragen.
Een derde probleem is dat van de werkstudent. Reeds in 1948 was
twintig procent van het totaal der Nederlandse studenten werkstudent,
maar de V.U. kwam boven dat gemiddelde ver uit met twee en dertig
procent. Gegevens van het jaar 1955 zijn nog niet gepubliceerd, maar
het percentage kan geschat worden op veertig. Voor veel studenten en
hun ouders betekent studeren aan de V.U. een financieel offer: Wie in
Groningen woont, kan in de stad Groningen studeren zonder hoge reis-
kosten. Maar de student uit die provincie, die de V.U. kiest, is genoopt
kamer-student te worden en is daardoor aanmerkelijk duurder uit. Aan
de V.U. is het aantal kamerstudenten dan ook belangrijk hoger (onge-
veer een derde deel van het totaal) dan aan de andere universiteiten.
Daarbij komt nog, dat het aantal studenten, die voortkomen uit de
arbeidersklasse, juist aan de V.U. sterk gestegen is. Het bedroeg in 1948
zelfs vier procent, tegen een landelijk gemiddelde van slechts één pro-
cent in datzelfde jaar. Ook deze zaak zal veel beleid vragen: enerzijds
remt de „job" de studie vaak, anderzijds getuigt het van ondernemings-
zin en moed de studie zo te volbrengen.
Aan dit probleem koppelt zich dat van de militaire dienstplicht. De
grote omvang en de lange duur daarvan is vaak ontmoedigend voor de
student, die wil — of moet — opschieten. Maar ook deze zaak kan niet
189
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's