Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 224

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 224

Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

wat negatief. Wilt u iets meer positiefs: ik denk aan het prachtige werk

van de culturele lezingen, aan het excursie-fonds.

— Hoe is men eigenlijk op de gedachte van de civitasraad gekomen?

— Dat is gegroeid, als vanzelf. Van een oprichting van de civitas-

raad kan men eigenlijk niet spreken. In de oorlog vatte bij de studenten

de gedachte post, dat er meer moest worden gedaan aan sport. Aan

directeuren werd toen gevraagd dat te subsidiëren en dezen bleken

daartoe onmiddellijk bereid. O p twee voorwaarden: alle studenten

moesten daarvan kunnen genieten, ook de niet-corpsleden; en in de

tweede plaats: voor het beheer van de gelden, die directeuren voor

allerlei doeleinden beschikbaar stelden, moest een verantwoordelijke

commissie zijn. Ik zeg: allerlei doeleinden, want behalve zorg voor

sport zou er ook iets moeten worden gedaan voor de culturele ontwikke-

ling der studenten, voor gezondheidszorg, voor politieke ontwikkeling

en zo voort. Ook hier was weer bundeling nodig en dat is eigenlijk het

begin van de wording van de civitasraad. Hier — de heer van Swig-

chem duikt in zijn tas — ik heb de wordingsgeschiedenis op schrift ge-

steld. Het is nogal een lang verhaal, maar misschien kunt u er iets uit

halen... ^

— Wel, makkelijker kan het een mens al niet gemaakt worden. — U

zei, dat directeuren al die actie gingen subsidiëren. Dat is zeker een

nogal kostbaar bedrijf?

— Het begon met tien mille per jaar, maar al gauw was er meer

nodig.

— Tja, maar — eh — kweekt dat bij de studenten nou geen gevoel

van: vadertje-directeur zorgt wel?

— Vanzelfsprekend zou dat te gemakkelijk zijn. Maar dat is nu juist

de gedachte van de civitasraad: we moeten samen doen. Dus niet direc-

teuren alleen laten betalen. Hoe die financiële regeling nu precies is . . .

wel, dat is een lange en niet bijster interessante geschiedenis. Laat ik

er dit van zeggen: Ieder jaar wordt er opnieuw beslist. O p het ogenblik

is het zo: ledere student betaalt bij de inschrijving een tientje voor al

deze activiteiten en directeuren doen daar dan een tientje bij. Zuiver

fifty-fifty dus, op het ogenblik althans.

— Genieten alle studenten ervan?

— Ze kunnen het, ongeacht ze corpslid zijn of niet. M a a r van be-

paalde dingen genieten ze allemaal. U trouwens ook.

— Ik?

— Ja, u krijgt toch regelmatig het blaadje Ad Valvas thuis gestuurd?

— Inderdaad. Een onmisbaar blaadje. Alle feiten, die je zo weten

218

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 224

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's