Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 95
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
totaal dus van ruim ƒ 76.000. Wel kwam terstond een gift van
ƒ 2.000 binnen, weldra gevolgd door enkele kleinere tot een totaal
bedrag van ongeveer ƒ 500, maar een jaar later was men toch
niet verder dan ƒ 25.000. De vergadering der leden in 1884 stond
dus voor de noodzakelijkheid de ontbrekende halve ton extra te four-
neren. Ter vergadering werd mededeling gedaan van het schrijven van
iemand, die onbekend wilde blijven, die de eerste ƒ 2000 van dit bedrag
voor zijn rekening nam. Dat was hoopgevend. Maar die overige
ƒ 48.000, waar moesten die vandaan komen, als de gewone uitgaven
al zulke zorgen baarden? Zoals dat bij zulke geweldige pioblemen gaat:
het moet gebeuren, het zal gebeuren, maar niemand weet h o e . . . En
men praat, keurt, verwerpt en komt er niet uit. Dan staat de heer
W. M. Oppedijk uit IJlst op. Onze Oppedijk, zoals Kuyper placht te
zeggen, onderscheidingen verlenend lang vóór hij minister was. Oppe-
dijk was een man van gezag: medestichter der V.U., provinciaal
directeur van Friesland, lid der Provinciale Staten van dat gewest,
ziel van de V.U.-actie in IJlst, dat vele V.U.-broeders telde. Oppedijk
merkt allereerst op, dat door aankoop van dit gebouw beslist is, dat de
V.U. dan dus definitief in Amsterdam gevestigd blijft. Dan komt hij
met zijn rekensom. Hij stelt voor een soort hoofdelijke omslag: elk lid
geve eenmaal ƒ 15.— extra. Voor zeshonderd leden betekent dit ƒ 9000.
De vier duizend begunstigers kunnen, naar mate van hun vermogen,
wel ƒ 12.000 opbrengen, ongeveer ƒ 3 per persoon. Maar dan is men
nog lang niet op de helft. Voor het ontbrekende bedrag van ongeveer
ƒ 30.000 moet een beroep gedaan worden op de nog in leven zijnde
stichters, om in verhouding tot hun aandeel iu het stichtingskapitaal
ook bij te dragen in deze nieuwe last. Als medestichter zegt Oppedijk
toe zijn aandeel terstond te willen geven.
Wij willen, bescheiden, hier Kuyper wel nazeggen: onze Oppedijk.
En dan denken we aan heel dat leger van mannen en vrouwen, die
driekwart eeuw altijd maar weer middelen en wegen gezocht hebben
om de V.U. te steunen en uit te bouwen.
Het was reeds 1885, toen na de verbouwing de officiële opening kon
plaats hebben, in tegenwoordigheid van de burgemeester van Amster-
dam. Het nieuwe gebouw had een dubbele functie: Voor de inwonende
studenten waren er zes en dertig kleine kamers gemaakt; voor het-
zelfde doel moest het gebouw beschikken over een eetzaal, badkamer,
conversatiezaal en dergelijke ruimten voor huiselijk gebruik meer; maar
daarnaast moesten er zalen voor academisch gebruik zijn: collegezalen,
senaatszaal, bibliotheek en zo voort. Het hospitium zou spoedig te
91
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's