Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 125

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 125

Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

te komen. Al in 1900 wordt de bede gehoord voor een wijsgeerig stelsel,

dat uit onze eigen beginselen is opgebouwd, en dat God de Heere

ook daarvoor de mannen zende.

Ook de wijsbegeerte der wetsidee, waaraan de namen der pro-

fessoren Vollenhoven en Dooyeweerd verbonden zijn, is een bewijs,

dat deze bede verhoord is.

Tenslotte nog één ding, dat in deze jaren frappeert: de grote

Kuyper-verering. Bijna zou men zeggen: Kuyper-cultus. Daarover is

door de tegenstander wat gespot. En we moeten erkennen: wel eens

terecht. Kuyper kon op geen vergadering zijn neus laten zien, of:

geestdriftige toejuichingen. Hij kon het woord niet voeren, of: luid

applaus.

Zeker, Kuyper heeft voor het Gereformeerde volk verdiensten gehad,

die moeilijk overschat kunnen worden. Wat het Gereformeerde volks-

deel geworden is, is het middellijk door hem geworden. Maar hulde

kan benevelend werken als drank. Hij heeft z'n leven geleefd schier in

een waanzin van populariteit. . . hij bleef voor z'n volk de gebenedijde,

de gezondene Gods: hosannah! spot giftig een liberaal krantenman.

Kuyper moet wel een heel sterk karakter hebben gehad, anders zou

deze vergoding hem wel alle zin voor proporties hebben doen ver-

liezen. Een enkele maal is dat wel eens het geval geweest. Wanneer

we ons beperken tot de V.U.-geschiedenis, denken we hier aan zijn

rede over de homoeopathic op de V.U.-dagen van 1897. Nadat de

levendige toejuichingen, die den spreker ten deel vielen, bedaard

waren . . . — Tja, maar waar had de theoloog Kuyper eigenlijk over

gesproken? Over een zuiver medisch onderwerp, met termen en argu-

menten, die zeker negentig procent der hoorders ver boven de pet zijn

gegaan. Maar waar pakte Kuyper de schare mee? Met het vertellen

van persoonlijke ervaringen: tweemaal, zo vertelde hij, hadden ho-

moeopathen kans gezien hem van ernstige ziekte te genezen. Wel,

dan moest het dus wel goed zijn. Als tweede argument moest dienen,

dat vele doctoren over het algemeen min of meer ruw optraden, en

niets gevoelden voor en van den zi^l^nood. . . (van) het christen-

volk . . . dat daarentegen in de mannen der Homoeopathic meermalen

geneesheren vond, die aan zijn heiligste en innigste belangen niet

vreemd waren.

En in derde plaats: Dan ook waren de geneesheer en zoo duur, de

rekeningen vaak zoo hoog, zoodat men met de Homoeopathie heel wat

goedkooper uitkwam.

121

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's

Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 125

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's