Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 49
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
opeens te binnen: m'n eerste brochure. Over Kuyper. „De man der
kleine luyden". Een boekje, waarin ik mij met de overdreven felheid
van een hartstochtelijke jeugd, met dl de scherpte van een vol-ijverig
propagandist over Kuyper had uitgelaten. In vele, vele duizenden was
dit boekje het land doorgegaan. En toen had Kuyper in „De Stan-
daard" een van die kleine, nooit overtroffen, zelfs nooit geëvenaarde
driestarren geschreven, waarin hij schamper opmerkte, dat de schrijver
van dat felle boekje niet eens den moed had bezeten het met zijn
waren naam te teekenen, maar zich verschool achter het pseudoniem
D. Hans. Het meest pikante misverstand, dat ik in m'n leven met
m'n naam heb gehad.
En daar stond dan nu de anonymus op den stoep van den Geweldige.
De huisknecht deed open. Stil en stijf. Ging even weg. Of ik maar
binnen wilde komen. Toen . . . Toen, op den drempel in zijn studeer-
kamer staande, zo-g ik hoe Kuyper op mij af kwam. Niet stijf. Niet
statig. Niet plechtig of uit z'n humeur of verstrooid. O nee. De kleine
zware gestalte trad haastig op mij toe, met beide handen vooruitge-
stoken, en of ik wilde of niet, ik moest ze beide schudden. Hij deed,
of ik bij hem als kind aan huis was. Een uitbarsting van jovialiteit.
^00 zoo. Nee maar, hoe aardig. En hoe gaat het? Ga zitten, ga zitten.
En vertel nou is . ..
Ik weet nog, dat ik van die ontvangst een tikje beteuterd stond. Ook
van de verschijning zelf. De Geweldige was gekleed in een grijs-
gestreept sporthemd, zonder boord, en een huisjasje er overheen, en
ik kreeg de sensatie van een leeuw in carnaval-kleeding. Inplaats van
de groote staatsman, afgemeten-correct, met een blik als een heelen
dag onweer, en gehuld in statig-zwart, stond daar een aardig oud-
heertje, huiselijk in een fantasie-sporthemmetje, en hij deed of ik de
dierbaarste kleinzoon van 'm was, die 'm op z^n verjaardag kwam
gelukwenschen. En ik dacht: dalijk krijg ik nog een koekie ook.
Om me heen boeken. Niets dan boeken. Allemaal boeken. Van den
vloer tot den zolder. En van al die boeken een dubbel exemplaar. Eén
in de boekenkast — en één in Kuypers geweldigen kop . . .
Hoe meer ik over menschen als Kuyper schrijf, hoe sterker ik voel
het machtelooze van zulk een taak. Want een figuur als de zijne, ver
boven alle tijdgenooten uitstekend, als een kerktoren boven een land-
schap, een figuur ook met zoovele kanten, van een zoo universeele
begaafdheid, een man met zooveel deugden en zooveel fouten, kan
alleen later, objectief door den historieschrijver worden geschetst. Maar
die geschiedschrijver zo-l dan tevens een fijn psycholoog moeten zijn.
45
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's