Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 181
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
de Franse bezetting gelukt het oude, taaie provincialisme te vernietigen
en was een besef van nationale eenheid gegroeid; zou nu de Duitse
bezetting dat besef van nationale eenheid niet blijvend kunnen inten-
siveren? Men zou wat moeten geven en nemen, hier de klassestrijd,
daar de binding van schriftuurlijk beginsel aan een politieke partij.
Het is van zeer grote betekenis geweest, dat de V.U. juist in deze
overgangsperiode een man had als Oranje. Hij vooral heeft belet, dat
de V.U. zou gaan rusten op de lauweren, die ze in het verzet had
geoogst. Toen het voor de V.U. in deze eenheidsroes al boter tot de
boom scheen te zijn, heeft Oranje gewaarschuwd: na het démasqué
zal de V.U. moeten vechten om het naakte bestaan. En bewogen riep
hij bij de heropening der colleges professoren en studenten toe: Wordt
wakker, wordt wakker, want de nood is groot. Het is, alsof hij met
deze dringende waarschuwing na zijn leiding in het verzet, zijn taak
gedaan heeft: in April 1946 overleed hij na een ambtstijd, die bijna
geheel met de oorlog samenviel.
De uitbreiding van de taak der universiteiten, waarom zo dringend
gevraagd werd, kwam in veel opzichten tot stand, ook aan de V.U.
Wie vóór 1940 aan de V.U. afstudeerde en na de oorlog het contact
met zijn universiteit herstelde, heeft wat onwennig in die kring ver-
keerd.
Vroeger was er hét Spie: de kleine studentengemeenschap, die op
de Keizersgracht woonde; na de oorlog is er een hospitium in de
Vossiusstraat ook, nog later ook één aan de Koningslaan. — Vroeger
was er hét corps, het oude N.D.D.D., na de oorlog is er ook nog een
Vereniging van vrouwelijke studenten aan de V.U., een A.S.V.U.
(Algemene sportvereniging aan de V.U.), een S.A.U.L. (Societas Artis
amantium Universitatis Liberae — een gezelschap van kunstminnen-
den aan de V.U.). De V.U. heeft haar eigen studentenpredikanten,
haar studentenarts, haar studenten-gezondheidszorg, haar grote civitas-
raad.
De geweldige uitbreiding en al deze nieuwe taken kostten geld, juist
in een tijd, toen in het verarmde Nederland de buikriem moest worden
aangehaald. Maar reeds merkten we op, dat de contributies belangrijk
waren gestegen, van 1940 tot 1945 van rond ƒ 140.000 tot ƒ 215.000.
Men vergete bij deze vergelijking niet, dat de koopkracht van de
gulden wel heel erg verminderd was.
Van veel zijden werd hulp geboden. Leuvense hoogleraren kwamen
naar Nederland en hielpen hun verarmde collega's aan de V.U. aan
175
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's