Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 56
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
noeming van Cannegieter een vierde zetel te bemachtigen. Van de twee
andere nieuw benoemde hoogleraren stond Acquoy, die te Leiden kwam,
nog weer verder links, terwijl alleen de in Groningen benoemde Kruyff
tot de orthodoxie gerekend kon worden.
Bepaald Gereformeerd was er niet één. Men moet dat goed zien. Er
komt straks allerlei critiek op de V.U., soms terecht. Maar het herhaalde
verwijt van sectarisme houdt geen steek: de synode toch had aan de
Gereformeerde richting, die in de kerk heus zo onbeduidend niet was,
in het minst geen recht laten wedervaren.
Men trekke uit het bovenstaande geen verkeerde gevolgtrekkingen.
Het is niet zo, dat de stichting der V.U. niet nodig geweest zou zijn,
als de synode meer orthodoxe hoogleraren had benoemd en ook een
enkele Gereformeerde. Zelfs dan had er om redenen, elders uitvoerig
uiteengezet, een V.U. moeten komen. Maar de houding der synode
maakte het voor iedereen klaar en duidelijk, dat van haar voor de hand-
having van de belijdenis der kerk, waartoe haar toch het reglement
verplichtte, hoegenaamd niets te verwachten viel. Zij liet de kerk, die
volgens een recente uitlating van Dr Berkhof een vrije tribune was ge-
worden, die ja en neen tegelijk zeide en dus eigenlijk geen van beide
zeide, een kerk, die geen boodschap meer had en geen geestelijk gezag
meer oefende, gelijk zij was; of liever, de factoren, die tot zulke ver-
wording aanleiding hadden gegeven, versterkte zij nog.
En dit sprong des te meer in het oog, omdat men toen leefde in een
tijd, dat de lang ten onder gehouden orthodoxie zich van haar kracht
bewust geworden was. Sinds 1867, toen aan de gemeenten meer invloed
gegeven werd op de benoeming van de kerkeraad, had op tal van plaat-
sen de kerkelijke stembus te haren gunste gesproken. Bovendien ver-
lieze men niet uit het oog wat er op politiek gebied gebeurde. Na een
periode, waarin de anti-revolutionnairen zich van de conservatieven
hadden losgemaakt en zich gekeerd tegen de invloed, die dezen nog op
verscheidene anti-revolutionnaire kamerleden oefenden, was onder lei-
ding van Kuyper een krachtsontwikkeling gevolgd, die weldra in zetel-
winst tot uitdrukking kwam. De schoolkwestie stond te meer in het
centrum van de strijd, sinds de liberalen op zodanige wijziging van de
wet van 1857 gingen aandringen, dat het bijzonder onderwijs nog meer
in het gedrang zou komen. Hun leider daarbij was Kappeyne, van wie
de beruchte uitspraak is, dat de minderheid maar onderdrukt moest
worden. Was hij als kamerlid reeds een machtig man, in 1877 werd hij
minister. Het ligt buiten ons bestek bij het verzet tegen zijn ontwerp
van wet op het lager onderwijs stil te staan; alleen merken we op.
52
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's