Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 186
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
Geheel nieuw was de uitbreiding met drie studiemogelijkheden: In
1954 traden als gewoon hoogleraar voor Engels en Frans op de profes-
soren Dr H. Schreuder en Dr L. Geschiere. Hiermee is het begin
gemaakt met een opleiding, die reeds lang gewenst werd. Beide hoog-
leraren worden bijgestaan door enkele Nederlandse en buitenlandse
assistenten: Dr J. Veldkamp kreeg een leeropdracht voor Engelse letter-
kunde, terwijl de doctorandi W. H. Toppen en S. A. Varga hoofd-
assistent zijn voor Engels en Frans. Studiemogelijkheid voor Duits is er
nog niet; wel is er een privaatdocent voor de Duitse literatuur, Dr
A. van der Lee. Voor de vele Friezen, die de V.U. steunen, was het
een reden tot grote blijdschap, dat Prof. Dr K. Fokkema in 1949 als
buitengewoon hoogleraar voor de Friese taal- en letterkunde optrad.
Een koninklijk besluit eiste, dat studenten die leraar wensen te
worden blijk geven, dat ze zich van het onderwijs en hun toekomstige
taak daarbij op de hoogte stellen. De algemeen didactische vorming
werd de taak van Prof. Waterink en Prof. Wielenga. In de verschillende
faculteiten, waaruit de aanstaande leraren voortkomen, bleek het nodig
leeropdrachten te geven voor de practische vorming der studenten. De
V.U. was hiermee het koninklijk besluit twintig jaar voor: Prof. Wate-
rink had reeds vóór de oorlog aangedrongen op de practische leraarsop-
leiding en daarmee was o. a. Dr C. Tazelaar belast geweest. In verband
met deze practische vorming gaf de faculteit in 1949 een leeropdracht
voor de didactiek der geschiedenis aan de schrijver van dit boek en
in 1953 aan Dr J. Karsemeyer voor de didactiek van het vak Neder-
lands, als opvolger van Dr Tazelaar.
Ook de faculteit der wis- en natuurkunde zag het corps harer
docenten met onstuimigheid groeien. Maken we weer een vergelijking
met 1940: Dan zijn er negen docenten: drie professoren, voor elk der
vakken schei-, natuur- en wiskunde één; daarnaast is er voor de ver-
zekeringswiskunde één buitengewoon hoogleraar; tenslotte drie lectoren
en twee privaatdocenten. Thans is het totaal van negen gestegen tot twee
en twintig, dus even als bij de literaire faculteit meer dan verdubbeld.
Het aantal gewone professoren steeg zelfs van drie tot tien. In een
vorig hoofdstuk vermeldden we reeds drie van deze benoemingen; rest
dus de vermelding der vijf andere, die tot zes stegen, toen Prof.
Haantjes een benoeming te Leiden aanvaardde. Dat zijn dan: Prof.
Dr L. Algera (1950), door wiens benoeming een nieuwe studierichting
mogelijk werd, nl. in de plantkunde; de logische aanvulling daarop
was de benoeming van Prof. Dr J. J. Duyvené de Wit (1950), die
echter na een half jaar reeds ontslag vroeg en als hoogleraar naar
180
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's