Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 98
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
Schelven in 1884 stelde uitdrukkelijk vast, dat de Vereniging voor
hoger onderwijs geen stappen op de kerkelijke weg zou doen. Die
motie verwierf bijna algemene instemming in een publieke vergadering.
De veel gehoorde beschuldiging — ook in 1886 al gehoord — dat
de Doleantie door de V.U. is uitgelokt om haar theologische candi-
daten aan een gemeente te helpen, is onmiddellijk afdoende weerlegd:
ware hier van opzet sprake, dan had de Doleantie jaren later moeten
komen. In 1886 immers had de V.U. veel te weinig candidaten klaar
om alle dolerende kerken te kunnen helpen. En Kuyper, wie men dit
boos opzet graag in de schoenen schuift, was toch een te knap orga-
nisator om deze tijdsfactor over het hoofd te zien.
Uit de voorgeschiedenis is ons bekend, dat de synode der Her-
vormde kerk afwijzend stond tegenover de Vrije Universiteit. Na de
opening in 1880 werd de verhouding er niet beter op. O p de meetings
bleek herhaaldelijk sterke afkeer van de V.U.-gedachte. In 1882 werd
van Hervormde zijde bij de synode een voorstel gedaan de theologische
candidaten van de V.U. de weg naar de kansel te openen. Maar de
synode weigerde en zo bleef de opleidingsdwang bestaan. Op dat
punt nam de Stedelijke Universiteit van Amsterdam een heel wat
ruimer standpunt in; de studenten, die aan de V.U. gestudeerd hadden
en daarna, om hun studie openlijk erkend te zien, examen deden aan
de Stedelijke Universiteit, werden daar volstrekt niet kinderachtig of
onheus behandeld. En hoewel men van concurrerende instellingen zou
kunnen spreken, bleken de professoren van de stedelijke zo onpartijdig
te kunnen examineren, dat zij de eerste afgestudeerde der V.U. bij
het doctoraal examen in de rechten de onderscheiding met de hoogste
lof toekenden. De houding van de synode der Hervormde kerk zette
kwaad bloed en toen door het drijven van enkele predikanten in 1885
de Kloosterkerk in Den Haag voor de jaarvergadering geweigerd
werd, voelde men dit in de kringen der V.U. als een daad van open-
lijke vijandschap. Men realisere zich de situatie goed: het waren Her-
vormde mannen, die deze verzoeken in 1882 en 1885 deden. Van
weerszijden vielen boze woorden. Weinig vleiend sprak Kuyper op een
jaarvergadering der Vereniging voor hoger onderwijs van de synode als
van een oude en afgeleefde matrone . . . stram en . . . stijf in hare
bewegingen.
Nu kunnen deze feiten natuurlijk niet dienen om de Doleantie te
verklaren. Daarvoor zou heel wat meer nodig zijn. Maar onze be-
doeling is slechts — uitgaande van de Doleantie als gegeven — de
positie van de V.U. in deze jaren beknopt te beschrijven.
94
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's