Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 184
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
een uitbreiding „met slechts" vijftig procent; want de bestaande facul
teiten werden belangrijk vergroot, kregen nieuwe secties. De oud
student van de V.U. herinnert zich de routinevraag, die hij de groenen
stelde: Wat ga je studeren, joh? — En dan zat er niet zo heel veel
variatie in de antwoorden: theologie, meneer; of rechten, Nederlands,
klassieke letteren, geschiedenis, scheikunde, wis en natuurkunde. En
dan was je bij een schare van zo'n tachtig groenen wel ongeveer klaar.
Maar tegenwoordig hoor je daarnaast nog: medicijnen, meneer; of
psychologie, biologie, Frans, Engels, notariaat, economie, S emietisch . . .
Voor het professorencorps betekent dit alles een enorme uitbreiding.
De lezer herinnert zich, dat de V.U. bij haar oprichting vijf profes
soren telde en dat dit aantal na twintig jaar met slechts één was ge
stegen. Bij de bevrijding in 1945 telde het corps der docenten vijf en
dertig leden. Nauwelijks twee jaar later waren het er vijftig. In de
cursus 1949/50 is hun aantal gestegen tot drie en zestig en in de cursus
1953/54 zijn het er negen en zeventig. Thans is hun aantal de honderd
gepasseerd. Dat wil zeggen, dat hun aantal binnen de tien jaar bijna
verdrievoudigd is. Van een knusse school met enkele professoren is de
V.U. een bedrijf geworden, waarvan alleen de insider nog maar de
hiërarchie kent van professoren, buitengewone hoogleraren, lectoren,
leeropdrachten, privaatdocenten, hoofdassistenten en assistenten.
Het loont de moeite de vergroting faculteitsgewijze na te gaan,
waarbij we ons onderzoek afsluiten op i Juli 1955.
De theologische faculteit, weleer de machtigste, heeft in die groei
geen aandeel: met acht hoogleraren in actieve dienst ging zij de oorlog
in; thans telt ze er zeven. Van haar gewone hoogleraren is Prof. Nauta
thans de nestor. Na het overlijden van Prof. Hepp en het aftreden
van Prof. Aalders werd zij versterkt met de professoren N. H. Ridder
bos en R. S chippers, terwijl Prof. J. H. Bavinck — sinds 1939 buiten
gewoon hoogleraar — in 1954 gewoon hoogleraar werd.
Anders is het met de faculteit der rechten, die in 1940 zeven
docenten telde, vijf gewone hoogleraren, één buitengewoon hoogleraar
en één docent. Thans is haar totaal gestegen tot veertien, dus ver
dubbeld: acht gewone, drie buitengewone hoogleraren, één lector en
twee leeropdrachten. Deze uitbreiding is vooral nodig geworden door
de speciale studie voor het notarieelrecht en de toenemende belang
stelling voor volkenrecht en politiek. Voor het volkenrecht deed met
mevr. G. H . J. van der Molen in 1949 de eerste vrouwelijke professor
haar intrede in de V.U.kring; geen schokkende gebeurtenis, als we
ons herinneren, dat zij kort na de oorlog reeds als privaatdocent was
178
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's