Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 151
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
Vereeniging tot Chr. verzorging van krankzinnigen in Nederland.
Toen de organisatorische kwestie geregeld was, behoefde men naar de
man niet lang te zoeken: in 1926 trad Prof. J. Waterink op als buiten-
gewoon hoogleraar, om in 1929 gewoon hoogleraar te worden. Daar-
mee was de V.U. de zusteruniversiteiten voor, want Waterink was de
eerste gewone hoogleraar, die in Nederland voor paedagogiek, psycho-
techniek en paedologie optrad. Van stonde aan vertoonde deze sector
van het Calvinistisch wetenschappelijk leven een krachtige bloei. Met
de stichting van het Paedologisch Instituut kwam een inrichting tot
stand, die niet slechts van grote wetenschappelijke betekenis werd,
maar ook van grote practische waardij. De Vossiusstraat — waar het
P.I. later gevestigd werd — werd voor velen in Nederland de plaats,
waar men voor moeilijkheden in de opvoeding hulp zocht. Waterink
wist zich te omringen met een staf van enthousiaste helpsters en helpers
en het terrein zijner werkzaamheden breidde zich zeer uit. Regering
en bedrijven deden herhaaldelijk een beroep op zijn stichting en zijn
naam kreeg bekendheid ver buiten onze grenzen. Voor het Paedo-
logisch Instituut werd een soortgelijk verband gelegd met de Vereeni-
ging tot opvoeding en verpleging van idioten en achterlijke kinderen
als de medische faculteit had met de Ver. tot Chr. verzorging van
krankzinnigen. Zo breidde de V.U. niet slechts haar taak op het
terrein der wetenschap, maar ook op dat der Christelijke barmhartig-
heid uit.
En toch zou — ondanks deze beide gunstige voortekenen — de uit-
bouw der medische faculteit, die in het verlengde van Boumans en
Waterinks benoeming scheen te liggen, juist in deze periode mislukken.
Het jaar 1930 immers was het jaar van de eerste dreiging: het
behoud van de effectus civilis toch was gebonden aan de voorwaarden,
dat uiterlijk in 1930 een vierde en uiterlijk in 1955 een vijfde volwaar-
dige faculteit tot stand gekomen moest zijn. Welke die vierde faculteit
zou zijn, had aanvankelijk niet twijfelachtig geleken. Het begin der
medische faculteit was er immers al jaren en ging de roep van het
Christelijk volksdeel niet uit naar die faculteit? Maar juist in de
periode, die we in dit hoofdstuk schetsen, begint de twijfel aan de
juistheid van dit standpunt te rijzen. Niet, dat het enthousiasme voor
de medische faculteit ook maar enigszins zou zijn verminderd. Neen,
het waren veeleer practische bezwaren, die onoverkomelijk bleken.
Dat harde woord „onoverkomelijk" heeft men niet willen uitspreken,
niet kunnen aanvaarden. Heel de stichting en instandhouding der Vrije
Universiteit had immers volgens velen onoverkomelijke bezwaren ge-
147
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's