Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 204
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
— Honderd en één.
— Maar op de lijst staan er toch minder.-^
— Dat klopt. In de eerste plaats groeit die lijst ongeveer iedere
maand en de gepubliceerde getallen zijn meestal van het vorige jaar.
In de tweede plaats wordt er gedoceerd door mensen, die niet voor-
komen in de rubrieken hoogleraren, lectoren of docenten met leerop-
dracht. Ik denk aan verschillende assistenten, die college geven. Ik
moet me al sterk vergissen, als het aantal op dit ogenblik niet honderd
en één is.
— Dus van verloren gaan van de eenheid is geen sprake, vat ik het
vorige punt weer op. Maar dat betreft dan de verhouding van de
hoogleraren onderling. Maar hoe is het met hun contact met de stu-
denten? Of is dat een pijnlijke vraag?
— Helemaal niet. Maar ik kan uiteraard alleen over mijn eigen vak
oordelen. Noteert u dat wel. — Wij geven met z'n zessen colleges aan
ongeveer honderd en vijftig studenten, niet meegerekend, die onze col-
leges volgen zonder bepaald ons vak gekozen te hebben. Ik kan u zeg-
gen, dat we elkaar allemaal kennen. Natuurlijk, de oudere-jaars ken
ik beter dan de eerste-jaars; ik heb de jongeren trouwens maar één
keer in de week. En het is niet meer zo als in 1926, toen mijn vrouw
en ik elke Zondagavond thé hielden voor m'n studenten. Een beetje
bezwaarlijk met anderhalf honderd. Maar dit kan ik u wel zeggen:
de oudere-jaars komen niet alleen als student bij me. Ik adviseer ze
voor hun verdere studie, ze vragen m'n advies bij voorbeeld bij de
keuze van hun beroep en ze komen bij me met hun persoonlijke moei-
lijkheden. Uiteraard niet allemaal, maar velen.
— Wat die toename van het aantal studenten betreft, is er nog een
vraag, die me wat onzeker stemt: het aantal onkerkelijke studenten
is sinds 1926 wel sterk toegenomen. Ziet u daarin geen gevaar voor
de V.U.?
— Het aantal onkerkelijke studenten is zo groot niet. Wel is het
aantal studenten, dat geen lid van de Gereformeerde kerken is, sterk
toegenomen. Maar dat is de vervulling van een oud ideaal.
— Inderdaad. Maar zo bedoel ik het ook niet. Ik dacht aan het
karakter der V.U. als Gereformeerde — of wilt u: orthodoxe •— uni-
versiteit. U kent het studentenleven goed; ziet u er voor het studenten-
corps geen gevaar in, als onkerkelijken daar de toon zouden aangeven?
— Maar dat kan toch niet. De functies in het corps zijn geblok-
keerd: wie de Gereformeerde beginselen niet belijdt, staat daar buiten.
En in werkelijkheid is er dan ook geen probleem: de overgrote meer-
198
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's