Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 223
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
normatief stellen. Fout natuurlijk. Maar je merkt het vaak niet.
Als M r van Swigchem tegenover ons zit merken we dra, dat hij die
instelling kent. Maar ook, dat hij zo doordrongen is van het bestaans-
recht van de civitasraad, dat hij de vaste overtuiging heeft ieder ander
daarvan te kunnen overtuigen, als die luisteren wil.
— Die civitasraad, mijnheer van Swigchem, die was er in onze tijd
niet. Als ik zo die samenstelling zie, wel — dat ziet er rijkelijk ingewik-
keld uit. Is het een naoorlogs verschijnsel? En wat wil die civitasraad
eigenlijk?
En dan ga ik zitten, potlood klaar om de voornaamste punten van
een lange en ingewikkelde oratie op te schrijven.
— Wat de eerste vraag betreft: Ja. En wat de tweede betreft: co-
ordineren en zaken behartigen, waar anderen niet aan toe komen.
Punt. De heer van Swigchem blijkt uitgesproken.
De toon maakt de muziek. Deze toon is niet cynisch, niet would-be,
alleen maar strikt zakelijk.
— Coördineren. Kunt u me dat wat duidelijk maken?
— Wel, de grote universitaire gemeenschap heeft zoveel organen —
ik hoef u dat niet te gaan vertellen — en nu moet er daarvoor een con-
tactlichaam zijn. Vandaar die schijnbaar zo ingewikkelde samenstelling:
een directeur, een curator, de rector magnificus, een aantal professoren,
reünisten, het studentencorps en allerlei organen meer hebben er hun
vertegenwoordigers. O p de vergaderingen van de civitasraad worden
dus als het ware al die groepen even gebundeld. Wat er besproken
wordt, gaat buiten geen enkele V.U.-instantie om.
— En wat bedoelt u met het tweede: zaken behartigen, waar
anderen niet aan toekomen?
— Mag ik een concreet voorbeeld nemen? Spraaklessen voor de stu-
denten, tot wiens terrein behoort dat? Directeuren? Curatoren? Profes-
soren? Het studentencorps? — Als zo'n vraag niet duidelijk is, bestaat
het gevaar, dat ieder de behartiging van een ander verwacht. En dan
komt er niets van. Welnu, de civitasraad kan zo'n vraag aan de orde
stellen en dat heeft dan het voordeel, dat alle instanties gelijk worden
ingelicht. Een ander voorbeeld: Er is een avond van het studentencorps
en er zal een toneelstuk zijn . . .
— Saul en David!
— Ja, zulke kwesties, die in het verleden de V.U. vaak kwaad heb-
ben gedaan. Nu wordt dat toneelstuk op de vergadering van de civitas-
raad genoemd en ieder die wil, kan er bezwaren tegen maken, zonder
dat het een prestige-kwestie behoeft te worden. Dat klinkt misschien
217
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's