Vijfenzeventig jaar Vrije Universiteit - pagina 153
Gedenkboek bij het vijfenzeventig-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam
medische faculteit, Bonman en Buytendijk, aanvaardden een benoe-
ming naar een rijksuniversiteit. Bonman, die voor de cursus 1924/25
rector magnificus was, verklaarde bij de overdracht van het rectoraat
in September 1925 de noodzakelijke uitbouw der medische faculteit
voorlopig onmogelijk. Wel distantieerden directeuren zich terstond van
dit deel der rectoraatsrede, maar dit zou toch alleen maar uitstel van
executie betekenen. Het volgend jaar werd de gedachte: de medische
faculteit de vierde — definitief prijsgegeven. Er was een commissie
benoemd, om deze zaak grondig te bezien. In een buitengewoon helder
rapport, aan alle doordrijverij gespeend, werden twee plannen ont-
wikkeld voor de uitbouw der universiteit en de kosten daarvan be-
rekend. Het eerste plan stelde de medische faculteit als vijfde, het
tweede plan als de vierde. De senaat stemde voor het eerste plan, alleen
met de uitdrukkelijke toevoeging, dat het begin der medische faculteit,
dat er reeds was, in stand zou blijven. Directeuren en curatoren sloten
zich hierbij aan en daarmee was het pleit beslist. Dat betekende aller-
minst, dat de wis- en natuurkundige faculteit nu meteen in kannen en
kruiken was.
Het plan stelde immers, dat voor de stichting van laboratoria een
som van drie ton nodig was, één maal dus, maar dat daarnevens jaar-
lijks zestig duizend gulden nodig zouden zijn om de kosten van een
zeer bescheiden opgezette faculteit voorlopig te dekken. Geen zaak
om gering van te denken, maar de jaarvergadering keurde het goed.
Dan blijkt een prachtige discipline. Als het besluit gevallen is, zetten
allen er hun schouders onder. Nog op de vergadering beginnen de
giften voor de nieuwe faculteit te vloeien: vijf duizend gulden, drie
giften van duizend gulden en een aantal kleinere giften. Dat de liefde
niet verflauwde bleek ook uit een legaat van niet minder dan honderd
duizend gulden, dat het lid E. L. Sytsma aan de Vereniging naliet.
In het vertrouwen, dat het geld er zou komen, hadden de eerste
benoemingen plaats en dat werd wel tijd ook. Voor de scheikunde
werd Dr J. Coops, voor de natuurkunde Dr G. J. Sizoo benoemd.
Met de ambtsaanvaarding van de eerste, in het laatst van 1929, was
het werk in de nieuwe faculteit begonnen. O m aan de wettelijke eisen
te voldoen zou ze echter minstens drie hoogleraren moeten tellen vóór
1931 en zo trad in 1930 als hoogleraar in de wiskunde op Dr J. F.
Koksma, kort tevoren in Groningen gepromoveerd. Dr M. van Haaften
was de eerste buitengewone hoogleraar in deze faculteit, die zijn ambt
op dezelfde dag als Koksma aanvaardde. Op de stichtingsdag 1930
werd de faculteit door curatoren geconstitueerd.
149
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Publicaties VU-geschiedenis | 238 Pagina's