Kijk op VU! - pagina 28
En ten derde: De hoogleraren en andere docenten bezinnen zich
voortdurend op die eigen taak van de V r i j e Universiteit. Z e zijn
daar toch niet toevallig gekomen. Z e horen daar. In hun gesprekken
komt die vraag naar het eigen karakter van de V r i j e Universiteit
aan de orde. Maar vooral in de stilte van hun studeerkamer, wanneer
zij zich op hun werk en taak voorbereiden en bezinnen, laat die
vraag zich voortdurend horen.
Misschien is dit alles nog te vaag en w i l de lezer het w e l eens meer
concreet voor zich zien.
O m aan die begrijpelijke wens te voldoen zij het de schrijver van
deze bladzijden dan vergund zich bij zijn leest, dat is het vak
geschiedenis, te houden.
De jonge student in de geschiedenis, die zich voorbereidt op zijn
werk aan een archief, een bibliotheek of een school moet, naar de
hierboven aangehaalde eis, „ t o t alle goed werk volkomen toegerust"
worden. O o k ambachtelijk. Hij moet dus bijvoorbeeld de feitelijk-
heden uit de geschiedenis kennen. Hij moet leren waar en hoe hij
de bronnen kan vinden. Hij moet de oude schriften leren, letter v o o r
letter, soms haaltje voor haaltje. Z o n d e r dat onder de knie te krijgen
kan hij geen goed historicus worden. Z o l a n g hij zich daarmee bezig
houdt is zijn critiek, dat op de V . U . alles verzakelijkt is, dat het
werk van alle dag met principes weinig te maken heeft, schoon
onjuist w e l begrijpelijk.
Leert hij beter onderscheiden, dan ontdekt hij toch het eigene in
de opleiding. O o k reeds bij het ambachtelijke deel van zijn vorming.
Daartoe behoort bijvoorbeeld het critisch lezen. Als dan in een
bekend boek over de voorgeschiedenis van Nederland over een
bepaald tijdperk in die voorgeschiedenis w o r d t gesproken als over
„ d e tijd waarin de mensch zich heeft ontwikkeld tot een denkend
w e z e n " gaan de vragen klemmen en blijkt het ook bij zulke begin-
vragen zonder een levensbeschouwing niet te gaan.
Een ander voorbeeld: Als hij bij zijn studie over het voorspel van
de tachtigjarige oorlog In een veelbesproken en door een Neder-
lands hoogleraar ingeleid en aangeprezen werk stuit op zinnen
als „ D e doorsnee-gelovige prees weliswaar de moed der martelaren,
maar desniettemin gevoelde hij zelf niet de minste lust de brand-
stapel te beklimmen . . . . Z o heel erg veel vertrouwen hebben zij
toch niet in een hiernamaals, dat nog geen menselijk oog aan-
26
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Publicaties VU-geschiedenis | 108 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Publicaties VU-geschiedenis | 108 Pagina's