Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Kijk op VU! - pagina 28

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kijk op VU! - pagina 28

3 minuten leestijd

En ten derde: De hoogleraren en andere docenten bezinnen zich

voortdurend op die eigen taak van de V r i j e Universiteit. Z e zijn

daar toch niet toevallig gekomen. Z e horen daar. In hun gesprekken

komt die vraag naar het eigen karakter van de V r i j e Universiteit

aan de orde. Maar vooral in de stilte van hun studeerkamer, wanneer

zij zich op hun werk en taak voorbereiden en bezinnen, laat die

vraag zich voortdurend horen.

Misschien is dit alles nog te vaag en w i l de lezer het w e l eens meer

concreet voor zich zien.

O m aan die begrijpelijke wens te voldoen zij het de schrijver van

deze bladzijden dan vergund zich bij zijn leest, dat is het vak

geschiedenis, te houden.

De jonge student in de geschiedenis, die zich voorbereidt op zijn

werk aan een archief, een bibliotheek of een school moet, naar de

hierboven aangehaalde eis, „ t o t alle goed werk volkomen toegerust"

worden. O o k ambachtelijk. Hij moet dus bijvoorbeeld de feitelijk-

heden uit de geschiedenis kennen. Hij moet leren waar en hoe hij

de bronnen kan vinden. Hij moet de oude schriften leren, letter v o o r

letter, soms haaltje voor haaltje. Z o n d e r dat onder de knie te krijgen

kan hij geen goed historicus worden. Z o l a n g hij zich daarmee bezig

houdt is zijn critiek, dat op de V . U . alles verzakelijkt is, dat het

werk van alle dag met principes weinig te maken heeft, schoon

onjuist w e l begrijpelijk.

Leert hij beter onderscheiden, dan ontdekt hij toch het eigene in

de opleiding. O o k reeds bij het ambachtelijke deel van zijn vorming.

Daartoe behoort bijvoorbeeld het critisch lezen. Als dan in een

bekend boek over de voorgeschiedenis van Nederland over een

bepaald tijdperk in die voorgeschiedenis w o r d t gesproken als over

„ d e tijd waarin de mensch zich heeft ontwikkeld tot een denkend

w e z e n " gaan de vragen klemmen en blijkt het ook bij zulke begin-

vragen zonder een levensbeschouwing niet te gaan.

Een ander voorbeeld: Als hij bij zijn studie over het voorspel van

de tachtigjarige oorlog In een veelbesproken en door een Neder-

lands hoogleraar ingeleid en aangeprezen werk stuit op zinnen

als „ D e doorsnee-gelovige prees weliswaar de moed der martelaren,

maar desniettemin gevoelde hij zelf niet de minste lust de brand-

stapel te beklimmen . . . . Z o heel erg veel vertrouwen hebben zij

toch niet in een hiernamaals, dat nog geen menselijk oog aan-

26

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Publicaties VU-geschiedenis | 108 Pagina's

Kijk op VU! - pagina 28

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963

Publicaties VU-geschiedenis | 108 Pagina's