Kijk op VU! - pagina 29
schouwde" — dan is hij toch ook in zijn eerste jaar al critisch
genoeg om op te merken dat zijn eigen hoogleraren bij de behande-
ling van deze periode van het eerste calvinisme in de Nederlanden
zich zo gemakkelijk en superieur van de problemen niet afmaken.
Niet, omdat ze „als v a k m a n " zoveel knapper zouden zijn, maar
omdat hun levensbeschouwing hen belet met de „doorsnee-
gelovigen" en h e l „hiernamaals" een loopje te nemen. En door-
denkend ziet de jonge student dan iets van het probleem, hoe in
de geschiedenis ook geloofsopvattingen h e l doen en laten der men-
sen hebben beïnvloed. En als hij h e l niet ziet, maar met enthousiasme
instemt met de conclusies van de schrijver slaan zijn hoogleraren
klaar om m e i nuchtere vragen twijfel te wekken, of het nu heus in
die tachtigjarige oorlog toch wel vooral „ o m de dubbeltjes heeft
g e d r a a i d " en hislorisch-crilisch de martelaren eerst verkleind, en
tenslotte weggeredeneerd kunnen worden.
Naarmate zijn studie vordert ontdekt de student dal hij w e l leert
werken naar dezelfde wetenschappelijke methoden en met dezelfde
hulpmiddelen als zijn collega's op een neutrale universiteit, maar
d a l de punten van uilgang anders zijn. Heel slerk spreekt d a l bij
de colleges in de geschiedfilosofie. Daar komen vragen aan de orde
naar de zin der geschiedenis, het eind der geschiedenis. G o d en de
geschiedenis, de mens in de geschiedenis.
Zoals in een vorig hoofdstuk al kort w e r d opgemerkt is het niet zo,
dal men h e l onderwijs zou kunnen indelen in een principieel en
een niel-principieel gedeelte; zodat dan de colleges in de geschied-
filosofie principieel, en de behandeling van de geschiedenis der
negentiende eeuw bijvoorbeeld niel-principleel zou zijn. W a n t de
hoogleraar, die hel laatste behandelt, benadert die negentiende eeuw
niet vrijblijvend, niet zonder geleid te worden door zijn geschied-
filosofische opvallingen, die op hun beurl weer geworteld zijn in
een levensbeschouwing. Dat blijkt al uit de slof, die hij voor zijn
colleges kiest en door de accenten, die hij bij de behandeling legt.
Z o u hij „ h e t hiernamaals van de doorsnee-gelovige" beschouwen
als een toch op z'n minst hoogst dubieuze zaak, dan zouden
Afscheiding en Doleantie hoogstens als curieuze lijdsverschijnselen
gememoreerd w o r d e n .
Z o is ook te begrijpen waarom de eerste-jaars studenten van alle
faculteiten een inleiding in de filosofie krijgen. W a a r de belangstel-
ling zozeer uiteen gaal lopen, de vaktechnieken zo verscheiden zijn
27
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Publicaties VU-geschiedenis | 108 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1963
Publicaties VU-geschiedenis | 108 Pagina's