De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 153
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
bijzonder wetenschappelijk onderwijs; aanvaarding van het amendement-
Stokman zou tot een zelfde resultaat hebben geleid. Dat uitgangspunt be-
tekende echter een miskenning van de eigen aard van de theologische facul-
teiten aan VU en KU. Terecht wezen de anti-revolutionairen er bij de behan-
deling van het ontwerp-Cals op, dat aanvaarding van het voorstel-Cals of het
amendement-Stokman zou betekenen, dat deze beide faculteiten zouden
moeten voldoen aan de eisen van het Academisch Statuut. Deze eisen zijn
echter in beginsel gericht op de verwezenlijking van een andere opzet
— namelijk van een opleiding, die zich niet richt naar enige kerkelijke op-
vatting — dan die van de theologische faculteiten bij de bijzondere universi-
teiten. Deze opzet zou dan ook niet hebben gepast bij de opzet van de theo-
logische faculteiten bij de bijzondere universiteiten en hebben geleid tot
grove aantasting van het onderwijs en het functioneren van deze faculteiten.
De commissie-'s Jacob stelde weldra vast,^*^ dat het onderwijs in de beide
theologische faculteiten 'in haar bestaande inrichting voldoet aan alle in
redelijkheid te stellen eisen van deugdelijkheid'.^'"' Grondslag van die vast-
stelling was, dat zij die hun graad aan één der beide faculteiten behaalden
zonder nader onderzoek als zijnde voldoende deugdelijk opgeleid voor de
adequate vervulling van het priesterambt of het predikantschap door verschil-
lende kerkgenootschappen werden toegelaten. Het onderwijs voldeed der-
halve aan alle eisen van deugdelijkheid, die de kerkgenootschappen ten be-
hoeve waarvan dit onderwijs tevens als opleiding fungeerde in redelijkheid
konden stellen en stelden. Dienovereenkomstig stelde de commissie een con-
cept-wet op, waarin werd aangenomen, dat de bestaande inrichting van de
beide theologische faculteiten de wettelijk vereiste deugdelijkheid voldoende
waarborgde; ook wijzigingen in de inrichting zouden geacht worden de deug-
delijkheid voldoende te waarborgen, tenzij de minister binnen negentig dagen
na kennisneming van een wijziging zou verklaren daartegen uit een oogpunt
van waarborging van de deugdelijkheid bezwaar te hebben. Aan de theolo-
gische faculteiten bij de bijzondere universiteiten zou op grond van de con-
cept-wet subsidie en de effectus civilis^^' worden toegekend, echter met dien
verstande, dat de universiteitsbesturen steeds het recht zouden hebben om de
theologische faculteiten geheel of gedeeltelijk aan de erkenning en/of de be-
kostiging te onttrekken. De bepalingen van het Academisch Statuut zouden
in geen geval op deze faculteiten van toepassing zijn.^'^
De minister voerde na het verschijnen van het rapport van de commissie-
's Jacob nog herhaaldelijk overleg met de beide bijzondere universiteiten eer
269. De derde commissie-'s Jacob kwam slechts tweemaal bijeen; de laatste keer op 5
meil961.
270. Eindrapport derde commissie-'s Jacob.
271. De commissie-'s Jacob beoogde een volledig civiel effect. Uit de naar aanleiding
van het eindrapport ontvangen adviezen blijkt echter, dat verschillende univer-
siteitsbesturen meenden, dat de effectus civilis alleen de onderwijsbevoegdheid Hebreeuws
zou gelden.
272. Het eindrapport van de derde commissie-'s Jacob bestond uit een concept-wet met
toehchting en verscheen op 27 mei 1961.
141
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's