Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 158

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 158

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

verklaren zich aan de gevonden oplossingen en de gemaakte afspraken te

zullen houden.^''*

De minister zag verschillende knelpunten. Een eerste was, dat de bijzon-

dere instellingen als gevolg van het repressieve karakter van het bekostigings-

stelsel niet waren gebonden aan (rijks)begrotingen;^'^ de bekostiging ge-

schiedde op grondslag van de werkelijke netto-kosten van de bijzondere in-

stellingen. In 1960 had ook minister Cals al een vergeefse poging gedaan om

het repressieve stelsel te vervangen door een preventief toezicht op de uit-

gaven en sedertdien was het repressieve stelsel ambtelijk Den Haag een doom

in het oog gebleven. De minister wenste nu te komen tot een bindende

relatie van de door de bijzondere instellingen geraamde uitgaven tot de op de

rijksbegroting uitgetrokken bedragen. Mede in verband daarmee zou dan ook

een groter binding van de financiële schema's en de begrotingen van deze

instellingen met het AFS kunnen worden verwezenlijkt.^'*

Vervolgens wenste de minister een duidelijker zicht te krijgen op de perso-

neelsopbouw en het personeelsbeleid van de bijzondere universiteiten en

hogescholen. Aanleiding daartoe was, dat bij het departement de indruk

bestond, dat door deze instellingen nogal eens hogere salarissen werden uit-

betaald dan wettelijk was toegestaan.-^''' Verder werd behoefte gevoeld om te

komen tot een geregeld overleg over de insteiïing van nieuwe leerstoelen en

de benoeming van hoogleraren en lectoren bij de bijzondere universiteiten en

hogescholen. Tenslotte zou in het overleg het vraagstuk van de — vermoede-

lijk nogal eens ontdoken wettelijke bepalingen over - subsidies uit andere

overheidskassen aan de orde moeten komen.

De meest gerede oplossing van al deze knelpunten lag naar de opvatting van

de ambtelijke vertegenwoordigers in de werkgroep-Piekaar, zoals deze naar

haar voorzitter werd aangeduid, in een financiële gelijkschakeling van de

bijzondere instellingen met de openbare. Voor de interimperiode zou het

bekostigingspercentage kunnen stijgen tot 98, terwijl voor de langere termijn

een volledige financiële gelijkstelling voor de overheid niet onaanvaardbaar

leek."8

294. Vgl. brief OKW dd. 26 mei 1964, DGW 109218; zie ook par. III.8.2.

295. Zie par. III.6.2.

296. Pas in 1965 verschenen achtereenvolgens de eerste nota naar aanleiding van de ont-

wikkelingsplannen van de universiteiten en hogescholen en het eerste AFS; zie Bijlagen bij

de Handelingen II en I 1964-1965, no. 8131, resp. II 1964-1965, no. 8169.

297. ledere aanwijzing voor de juistheid van die indruk ontbreekt echter. Merkwaardig

is, dat juist het personeel bij de bijzondere instellingen wel een rechtspositiereglement

kende, terwijl de overheid tot op de huidige dag in gebreke blijft om ook voor de open-

bare instelhngen een rechtspositiereglement vast te stellen. Aan de VU kwam in 1963 een

rechtspositiereglement gereed; bij de KU werd met arbeidsovereenkomsten gewerkt.

Minister Cals wilde het rangenstelsel van het personeel bij het wetenschappelijk onderwijs

aanvankeUjk alleen maar wijzigen, later ook herstructureren. Zie dr. B.S. Witte: 'De

wetenschappelijk ambtenaar aan de nederlandse universiteiten en hogescholen', 1963, ac.

pr. Groningen; rapport commissie 'Structuur van het wetenschappehjk corps', 1968 en de

interimrapporten van de sedertdien ingestelde werkgroep-van Trier.

298. Het departement stond steeds afwijzend tegenover een gedifferentieerd subsidie-

percentage voor exploitatiekosten en investeringen, omdat niet steeds duideUjk zou zijn

tot welke categorie een bepaalde uitgave behoort.

146

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 158

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's