De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 29
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
op deze wijze de klein- en groot-seminaries aan iedere staatsinvloed hebben
weten te onttrekken. Anderen delen deze opvatting.'^"
Aan dit vrijwel ongewijzigde artikel was een nieuwe toelichting gewijd,
waarin de vrijheid van onderwijs werd aangeduid als 'het regt der ouders, om
naar hunnen begrippen de opvoeding hunner kinderen te regelen, en de
ontwikkeling van hun verstand toe te vertrouwen aan hen, die, geheel onaf-
hankelijk van het gezag, met bekwaamheid en zedelijkheid toegerust, de
bevoegdheid tot het geven van onderwijs hebben verkregen'. Het is opval-
lend, dat het voorgestelde onderwijsartikel, dat in eerste instantie alleen de
onderwijsvrijheid als vrijheid van beroep bedoelde te erkennen, door een
andere toelichting maar overigens zonder enige ingrijpende wijziging, die vrij-
heid nu ook als een recht der ouders wenste te erkennen. Aldus zag de rege-
ring kans recht te doen aan de verschillende opvattingen omtrent de vrijheid
van onderwijs.
In het voorlopig verslag werd opgemerkt, dat 'eerbiediging van ieders gods-
dienstige begrippen' niet goed mogelijk zou zijn bij het hoger onderwijs,
omdat daar in de verschillende godgeleerde faculteiten leerstellig christelijk
onderwijs werd gegeven. Een strenge toepassing van het beginsel zou het
'bestaan dier faculteiten zelf kunnen aanranden'. De regering verklaarde
evenwel, dat het slechts in de bedoehng lag om uit het onderwijs te weren,
'wat men theologischen twist noemt'.
Naar aanleiding van de door verschillende kamerleden geuite zorg, besloot
de regering voorts om aan het ontwerp-artikel nog een lid toe te voegen: 'Het
openbaar onderwijs is een voorwerp van aanhoudende zorg der regering'. In
voorgaande Grondwetten kwam deze zinsnede ook al voor, nu echter liet de
Grondwet niet langer een interpretatie van deze passage toe volgens welke
ook het bijzonder onderwijs tot het openbaar onderwijs gerekend zou
kunnen worden. Openbaar onderwijs was voortaan uitsluitend het van het
openbaar gezag uitgaande onderwijs.'''^
Nog bleven verschillende kamerleden zich fel tegen de vrijheid van onder-
wijs verzetten, omdat 'daardoor niet alleen aan het lager schoolwezen een
gevoelige slag zou worden toegebracht, maar tevens voet zou kunnen worden
gegeven aan nieuwe finantiƫle bezwaren voor den Staat, in zooverre namelijk
men de nadeelige gevolgen van die vrijheid door maatregelen tot uitbreiding
van het openbaar lager onderwijs mogt willen temperen'. De overgrote
kamermeerderheid stemde echter schoorvoetend in met de erkenning van de
vrijheid van onderwijs. Wel wenste deze meerderheid in de Grondwet bepaald
te zien, dat overal in het Rijk van overheidswege voldoende openbaar lager
onderwijs zou worden gegeven. Bij nota van wijziging werd dienovereen-
komstig opnieuw een Hd aan het ontwerp-artikel toegevoegd: 'Er wordt overal
in het Rijk van overheidswege voldoend openbaar lager onderwijs gegeven'.
Tijdens de openbare behandeling van ontwerp no. X tot wijziging van de
130. Onder meer Buijs, blzz, 761 -762; Scholten, blzz. 134-135; De Nooy, blz. 168.
131. Zie in dit verband jhr.mr. J. de Bosch Kemper: 'Handleiding tot de Icennis van het
Nederlands Staatsrecht en Staatsbestuur', 1865, blz. 910, waar de auteur het van rege-
ringswege aan militairen en aanstaande ambtenaren gegeven onderwijs ziet als een
publieke dienst.
19
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's