Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 129

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 129

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

III.4.2. De subsidiëring van de bijzondere handelshogescholen

De handelshogeschool te Rotterdam viel ten tijde van haar oprichting niet

onder de bepalingen van de HO-wet en kon derhalve geen aanspraak maken

op een jaarlijkse tegemoetkoming van f 4000 voor de voorziening in onder-

wijslokalen. Wel echter willigde het rijk al in 1913 een verzoek van de hoge-

school in om haar een subsidie van f 20 000 te verlenen. Daarnaast subsi-

dieerden ook de gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland de hoge-

school. In de loop der jaren ontwikkelden rijk, provincie en gemeente een

subsidiestelsel, dat de hogeschool verzekerde van subsidies uit de openbare

kassen tot een bedrag van 50% van de exploitatielasten.'''^ Zeker in vergelij-

king met de VU heeft de NEH, ook nadat het hoger handelsonderwijs in de

HO-wet was geregeld, geen grote financiële zorgen gekend.

De subsidiëring van de NEH is te beschouwen als een gedeeltelijke bekosti-

ging. Het jaarlijks te verstrekken subsidiebedrag werd uitgedrukt in een per-

centage van de exploitatielasten zonder dat de subsidiegevers een directe in-

vloed op de hoogte van die exploitatielasten konden uitoefenen. Door

middel van subsidievoorwaarden moest worden getracht de exploitatielasten

en daarmee de subsidiebedragen zo laag mogelijk te houden; deze subsidie-

voorwaarden verschaften de subsidiërende overheden een duidelijk inzicht in

en daarmee ook enige greep op het financiële beheer van de hogeschool. Ver-

schillen van inzicht over dit financiële beheer zijn dan ook wel voorge-

komen.''*^

Naar de vorm was de bekostiging van de NEH verder te beschouwen als een

subsidieverlening bij door pseudowetgeving gereglementeerde individuele be-

schikkingen. Voor wat betreft het rijk had deze pseudowetgeving echter een

wel zeer individueel karakter, want de in 1927 gestichte Katholieke Handels-

hogeschool te Tilburg deed bij herhaling een vergeefs beroep op de overheid

om subsidie. In 1928 verwierp de Tweede Kamer een voorstel van minister

Waszink om deze hogeschool met een bedrag van f 10 000 te subsidiëren.

Toen in 1938 de kwestie opnieuw in de Kamer aan de orde kwam werd een

amendement-Moller tot subsidiëring van de hogeschool aanvaard.''*^

143. Dit subsidiestelsel voldeed aan de volgende voorwaarden:

— het rijk subsidieerde op basis van ingediende kostenbegrotingen, terwijl het subsidie-

bedrag jaarlijks op basis van de werkelijke exploitatiekosten en -uitkomsten werd gecorri-

geerd ;

— de gemeente Rotterdam subsidieerde ten hoogste 18,75% van de bruto-exploitatielas-

ten of een bedrag, dat — indien dit minder was dan 18,75% van de bruto-exploitatielas-

ten - gelijk was aan ten hoogste 75% van de rijkssubsidie;

— de onderlinge verhouding der subsidies was: 4 (rijk), 3 (gemeente), 1 (provincie);

— vanaf de twintiger jaren was een bijkomende voorwaarde, dat de gezamenlijke subsi-

dies niet meer dan de helft der exploitatiekosten zouden mogen bedragen;

— in de dertiger jaren werd overeen gekomen, dat de exploitatiekosten over de voor-

gaande jaren konden worden gedekt uit de batige saldi van latere jaren, terwijl pas van de

dan nog resterende batige saldi een evenredig deel aan de subsidiërende overheden behoef-

de te worden gerestitueerd.

Zie 'De Nederlandse Economische Hogeschool 1913—1963', blzz. 245—263.

144. Zie 'De Nederlandse Economische Hogeschool 1913-1963'.

145. Tijdens de begrotingsbehandeling werd voorgesteld om in art. 41 van de OKW-

117

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 129

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's